14e zondag door het jaar A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
De Rechtvaardige, over wie Zacharia spreekt, die als vreedzame koning Jeruzalem binnenrijdt, in wiens Naam alle leerlingen werken, van wie we verleden week hoorden dat Hij optreedt waar zij optreden, dat Hij ontvangen wordt waar zij ontvangen worden, dat Hij beloont waar aan hen iets goeds gedaan wordt, Jezus, de Christus, de Messias, is met zijn onderricht aan de twaalf ver gevorderd, en optredend als leraar en prediker in de steden en dorpen van Israël, ondervindt Hij reeds sterke tegenstand. Johannes hebben velen niet aanvaard, maar Jezus aanvaarden ze evenmin. Chorazin, Betsaïda en Kafarnaüm, bekende steden aan het Meer van Galilea, hebben zijn boodschap verworpen. Hij heeft over hen een streng oordeel uitgesproken.

De asceet die niet at en niet dronk, Johannes, hebben ze niet gevolgd. Jezus die at en dronk met iedereen, hebben ze evenmin gevolgd. Van de ene zegden ze: "Hij is van de duivel bezeten". En van Jezus zegden ze: "Kijk die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars".

Jezus' werken liegen er nochtans niet om. Hij beurt allen op en geneest de zieken, Hij bevrijdt de mensen van hun depressies. De wijze ziet dat zijn werken Hem rechtvaardigen. Hij is de Rechtvaardige die God gezonden heeft: "De wijsheid vindt haar rechtvaardiging in haar werken", in Jezus' werken. In Hem is Gods wijsheid aan het werk. Zalig die aan Hem geen aanstoot neemt.

De bergrede eindigde met de tegenstelling tussen de wijze die op de rots bouwt, die Jezus hoort en er zijn leven naar richt, en de dwaas die op zand bouwt. Vandaag komt Jezus hierop terug.

Een wijs man is een profeet, iemand die van God komt, goed gezind. Hij is de asceet Johannes goed gezind, die volkomen vrank en vrij optreedt. Hij gooit het prangende juk van de Farizeeën af, die de Wet niet uitleggen, maar uitvitten.

Hij neemt het juk van Jezus op zijn schouders, die de Wet ontvouwt, verklaart en verheldert tot Hij er al de zachtheid van openbaart. Wie Jezus volgt vindt antwoord op harde vragen, sterkte om te leven, rust voor zijn ziel, want Jezus' manier om van de Wet te spreken is zacht, zijn manier om de Wet voor te stellen is licht. Hij leert luisteren en lezen, wat niet iedereen neemt. Want de dwaas en de hooghartige is wijs in eigen ogen en ontwijkt het oordeel van wie waarheid spreekt, laat staan dat hij hem zou liefhebben en volgen. God houdt voor hem verborgen wat in Jezus, zijn Zoon, aan het gebeuren is.

De voorspellingen van de profeten worden vervuld, "voor wijzen en verstandigen" blijven ze verborgen. "Aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd", zo had het Jesaja, de grote profeet, voorzegd. Aan wie weten dat ze God nodig hebben wordt door Jezus, die zijn Rijk inluidt, zijn troon bestijgt, amnestie verleend en aan allen wordt de weg gewezen om binnen te treden in zijn Rijk van liefde. Niet de "wijzen en verstandigen" begrijpen het, maar de "kinderen" en zij die zijn zoals zij.

Ook dat had Jesaja voorzegd: "Ik zal opnieuw wonderen doen voor dit volk, het ene na het andere. Dan gaat de wijsheid van de wijze te niet en het verstand der verstandigen verdwijnt". Met Jezus is dit alles aan het gebeuren en Hij maakt er allusie op in zijn lofgebed tot de Vader. Hij citeert Jesaja hier. En even later zal Hij herinneren aan wat Jesaja wat hoger schreef: "Dit volk nadert Mij wel met de mond, en eert Mij wel met de lippen, maar zijn hart is ver van Mij en zijn vrees voor Mij is alleen wet van mensen, die door de mensen wordt aangeleerd".

We zitten op de kern van Jezus' ruzie met het dwaze, hooghartige volk en met veel van zijn verblinde leiders: dwaasheid en hooghartigheid versterken elkaar. Laten we Jezus volgen, die "nederig van hart" is, om zelf nederig van hart, Gods hart te vinden. Jezus zal ons de Vader openbaren in deze heilige eucharistie.