De ja-zegger en de neen-zegger (Mt. 21,28-32)

 

 

Aan de ontbijttafel werd zelden over het evangelie van de zondag gediscussieerd. Het gebeurde toch een keer naar aanleiding van het evangelie van de twee zonen en het compliment van Jezus voor tollenaars en prostituees. De pastoor was een heel ijverige priester, behulpzaam en met een grote inzet. Hij was van goeden huize en gesteld op deftigheid en beleefdheid. Hij vond dat Jezus toch krasse taal sprak met zijn compliment aan tollenaars en prostitueés.

 

Jezus vertelde aan de hogepriesters en de oudsten van het volk een parabeltje over een vader en zijn twee zonen, over de ja-zegger en de neen-zegger. Hij verklaart daarna dat de tollenaars en de ontuchtige vrouwen eerder dan zij het rijk Gods zullen binnen gaan. Tollenaars en ontuchtige vrouwen hadden immers gehoor gegeven aan de oproep van Johannes tot bekering, terwijl de autoriteiten dit niet hadden gedaan en zij zich ook niet bekeerden wanneer Jezus tot hen sprak.

 

 

Vriend van tollenaars en zondaars

 

Zulke harde taal doet inderdaad opschrikken. Jezus bekent daarmee opnieuw kleur. Hij zelf is vriend van tollenaars en zondaars. Levi, een van zijn volgelingen was een tollenaar. Jezus had een ruime kring van mensen om zich en hij was de naaste van uitgestotenen. “Jezus heeft de liefde tot de vijand niet alleen aangeleerd. Hij heeft haar ook beleefd in zijn houding tegenover de marginalen en de sociaal gestigmatiseerde mensen van toen, – in zijn houding tegenover ‘tollenaars en zondaars’(Lc. 7,34), tollenaars en prostituees (Mt. 21,31), ‘ rovers en echtbrekers’ (Lc. 18,11). Ten aanzien van al deze groepen voelde men zich in dit tijd in Israël moreel superieur. Zij werden veracht in de naam van God, men ging hen uit de weg en vermeed, in zoverre dit mogelijk was, elk sociaal contact met hen. Jezus doet precies het omgekeerde en maakt hen tot zijn ‘naasten’” (G. Lohfink, Jezus van Nazaret. Wat wou Hij? Wie was Hij? (p. 340).

 

 

Spanningen

 

Sinds de dag dat Jezus met veel volgelingen de tempel was binnengetrokken, namen de spanningen toe tussen hem en de hogepriesters, de Farizeeën en de Schriftgeleerden. In die context vertelt hij drie gelijkenissen, deze van de vader met zijn twee zonen, de gelijkenis van de wijnbouwers-pachters die de zoon van de eigenaar doden en de gelijkenis van een bruiloftsmaal. Zij zijn telkens gericht tegen degene die de wil van de Vader niet opvolgen en de woorden van Ezechiël over rechtschapenheid en deugd naast zich neer leggen (Ez. 18,25-28). Jezus zet zich af tegen mensen met schone woorden, die anderen lasten opleggen die ze zelf niet onderhouden. Hij vergelijkt hen met de eerste zoon, wellicht was deze de oudste van de twee zonen. Deze denkt van zichzelf dat hij het goede doet, allicht tot zolang het hem geen moeite kost. Er zijn mensen die het goed kunnen zeggen, maar er zelf geen vinger naar uitsteken.

 

 

God verlangt geen lippendienst maar concreet handelen. Hij wenst dat wij de weg van de gerechtigheid gaan (Mt. 21,32). “Niet iedereen die ‘Heer, Heer’ tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan” (Mt. 7,15–23), wel zij, die concreet de naastenliefde beleven (Mt. 25,31–46).

 

 

De tweede zoon had eerst geweigerd en kreeg naderhand spijt, misschien zelf berouw en gaat daarop aan het werk in de wijngaard.

 

 

Er zijn neen-zeggers die bij hun neen blijven. Zij krijgen hoogstens het woordje ‘sorry’ over hun lippen, maar verder niets. Er zijn mensen die aan dit alles niet zwaar tillen, En bij kritiek antwoorden: “Et alors? En dan?” en daarmee de mond van hun critici snoeren. Er zijn er die kunnen zingen: Je ne regrette rien, of die cynisch zeggen: het spijt me dat ik geen spijt heb. Al hoor je anderen zeggen; mocht ik kunnen herbeginnen, ik zou het anders doen. Al is dit niet zo zeker. Les jeux sont faits. De teerling is geworpen. Er komt geen tweede kans. En als die er komt, vallen ze op hun oude gewoontes terug.

 

 

Ja-zeggers kunnen ook te vlug met hun kritiek klaar staan zonder zich voldoende in te leven in andermans situatie.

 

 

Zich bekeren

 

Wie het schoentje past, trekt het zich aan. Dit geldt vaak bij de woorden van Jezus. Zij interpelleren. Er zijn mensen die die zich herpakken, zich bekeren en hun leven veranderen. Bij de uitvoering van de psalmensymfonie uit het werk van Stravinsky liet de commentator van radio Klara opmerken dat deze componist na 17 jaar terug kwam tot het geloof. Stravinsky begon rond de leeftijd van 15 jaar te rebelleren tegen de Kerk en hij zette er zich uiteindelijk volledig van af. Redenen waardoor hij zich in het begin van de jaren '20 geleidelijk aan terug tot het geloof aangetrokken voelde, kon hijzelf niet zo goed aanduiden. Het lezen van gospelteksten en de vriendschap met een priester van de Russische Kerk te Nice maakten de weg vrij voor zijn bekering in 1925.

 

 

Elk jaar zijn er volwassenen die zich laten dopen en zijn er mensen, die herbeginnen op de weg van Jezus.

 

 

Zorg voor mensen aan de rand

 

Er zijn mensen die zich inzetten voor medemensen die slecht aangeschreven staan. In Parijs was er in de wijk Pigalle op de boulevard de Clichy 21 le Bistrot du Curé. Gedurende vele jaren tot einde december 2002 wisselden 180 à 200 vrijwilligers zich af om toeristen, prostituees, transseksuelen en mensen uit de wijk op te vangen. Het werk werd geleid door priesters van de kerk de la Trinité en was ontstaan in de jaren zestig. Er was een eetplaats en eveneens een oratorium. En dit in de buurt van twee seksshops.

 

 

In het jaar van de barmhartigheid zijn langs de katholieke media meerdere hedendaagse vormen van barmhartigheid voorgesteld. Zo gaf KTO het woord aan père Jean-Philippe Chauveau, die het boek schreef Que celui qui n'a jamais péché. Zijn apostolaat is bij toxicomanen, bij gevangenen, daklozen, prostitués.  Als kind was hij zelf geslagen en mishandeld. Met de vereniging Magdalena gaat hij en zijn medewerkers die mensen tegemoet die op en van de straat leven. In le bois du Boulogne is zijn camionette met de open deur goed gekend. Jaarlijks heeft hij met hen een bedevaart naar Lourdes.

 

 

Heer, wees ons zondaars genadig

 

Dietrich Bonhoeffer heeft een commentaar bij deze kleine parabel van Jezus. Hij zegt dat zowel de eerste als de tweede zoon moeten erkennen dat zij Gods erbarming nodig hebben. Hij schrijft: “In tijden, waarin recht en orde vast verankerd zijn, waarin de wet regeert en de overtreder van de wet met de vinger wordt nagewezen en verstoren, zijn het de figuren van de tollenaar en de hoer, die dienen om het evangelie van Jezus Christus aan de mensen duidelijk te maken. ‘De tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods’ (Mt. 21;31)

 

 

In tijden, waarin alles op drift is, waarin wetteloosheid en slechtheid, zelfverzekerd triomferen, zullen wij, wil nog duidelijk worden wat het evangelie is, eerder moeten wijzen op enkelen voor wie recht, waarachtigheid en menselijkheid nog iets betekenen. Andere tijden zagen, hoe de slechten de weg naar Christus vonden en de goeden verre van Hem bleven. Wij zien, hoe de goeden Jezus terugvinden en de slechten hun hart voor Hem sluiten. Andere tijden konden prediken: gij kunt Christus pas kennen en vinden, als gij een zondaar geworden zijt, zoals deze tollenaars en hoeren. Wij moeten eerder zeggen: gij kunt Christus pas kennen en vinden, als gjj een rechtvaardige geworden zijt zoals dezen, die strijden en lijden voor recht, waarheid en menselijkheid.

 

 

Beide uitspraken zijn even paradoxaal en op zich zelf genomen onmogelijk. Maar zij typeren de situatie. Christus is bereikbaar voor goeden en voor slechten en beiden bereiken Hem alleen als zondaars, dus als mensen, die in alles wat zij doen, goed of slecht, van de oorsprong zijn afgevallen. Hij roept hen tot de oorsprong terug en zegt, dat zij niet meer goed of slecht, maar gerechtvaardigde en geheiligde zondaars zijn.

 

 

Maar voordat wij spreken over dit laatste, waarin uiteindelijk goeden en slechten voor Christus één zijn en waarin de verschillen tussen de tijden voor Christus niet meer gelden, mogen, wij niet de vraag uit de weg gaan, die ons door onze ervaring en onze tijd gesteld wordt, namelijk wat het betekent, dat de goeden Christus vinden, m.a.w. wat de relatie is van Jezus Christus tot de goeden en het goede” (Bonhoeffer Brevier, 2 oktober).

 

 

Wij moeten niet op andermans borst kloppen, maar op eigen borst. God wees mij zondaar genadig, die vandaag ‘ja’ zegt en toch niet doet, wat U van mij verwacht. Wees mij genadig, wanneer ik eerst ‘neen’ heb gezegd en mij nu tot U bekeer.

 

 

God, U acht ons verantwoordelijk voor onze gedachten, woorden en daden. Geef ons leven wanneer we ons van boze daden afkeren en ons richten op uw gerechtigheid.