De godsdienst van de vindingrijke liefde in het hart van vrije mensen (2005)

DE GODSDIENST VAN DE VINDINGRIJKE LIEFDE IN HET HART VAN VRIJE MENSEN


Evangelie: Joh. 4. 5-29 en 39-42
(in verzen 30-38 wordt een heel andere symboliek ‘eten’ gebruikt)


Een ontmoeting tussen Jezus en een vrouw
bij een put waar zij water komt zoeken,
is de aanleiding tot een theologische discussie over de vraag
hoe en waar de echte godsdienst en de echte God te vinden is.

Op de eerste vraag: "Hoe vinden wij de echte God?"
antwoordt het verhaal van vandaag:
Iedereen kan de echte God vinden, als hij of zij maar begint
met steeds opnieuw “het diepe water te zoeken",
dwz. als hij of zij de moeite wil doen om niet te blijven steken
bij zijn oppervlakkige behoeften.
maar oprecht op zoek durft gaan naar een antwoord
op de echte vragen en verlangens van het hart.
Onze diepere noden: liefde, verbondenheid, vergeving, overgave,
zijn echte bronnen in onszelf,
die wij steeds opnieuw moeten laten opborrelen en niet verstikken.
Die echte verlangens
kunnen namelijk soms hardnekkig bedolven blijven
onder het dorre zand van onze oppervlakkige behoeften
naar comfort of zelfverweer.
Deze Samaritaanse vrouw vertegenwoordigt alle
zoekende-, twijfelende-, anders-gelovigen,
die ten minste oprecht durven peilen
naar het diepere in hun leven,
diegenen die in hun ziel de dorst naar God durven erkennen
en tijd willen maken om er te blijven bij stilstaan.
Bij hen is het mogelijk dat het echte geloof ontluikt.

Het eerste antwoord van de vrouw
"Heer, Gij hebt niet eens een kruik om water te putten!"
is echter nog altijd het antwoord van een ongelovige,
dat is, volgens de schrijver Johannes, iemand
die de woorden van Jezus alleen letterlijk,
oppervlakkig en dus zonder diepte verstaat.
Maar Jezus had natuurlijk op een symbolische manier
over ‘water’ en ‘dorst’ gesproken.
Hij bedoelde daarmee, het ‘goddelijk leven’
dat tegemoet komt aan de ‘diepere verlangens’ van de mens.


En dan begint de discussie over het tweede probleem:
"Wáár is de échte God te vinden?"
Sommige gelovigen zoeken immers God vooral
op vaste plekken,
een devotie-kapel of een bedevaartsoord,
waar zij eenvoudige religieuze riten of gebedsformules
steeds maar kunnen herhalen:
een kaars offeren, gewijd water drinken, een ommegang doen,
een paternoster of een litanie bidden.
Is God vooral daar te vinden?

Om op die vraag te antwoorden
zegt Jezus tot de vrouw iets dat wij niet direct begrijpen:
"Roep eens uw man!"
Onbegrijpelijk, als wij, zoals de vrouw,
alleen de letterlijke betekenis van de vraag verstaan.
"Ik heb geen man!" antwoordde zij.
Maar Jezus had met zijn vraag weer een diepere bedoeling
dan alleen maar een allusie te maken
op de menselijke liefdesrelaties van deze vrouw.
In de Bijbel wordt de liefdesrelatie tussen man en vrouw
herhaaldelijk als beeldspraak gebruikt
om over de religieuze relatie tussen God en de mens te spreken.
(“Gij volk, gij zijt Jahwehs bruid, Jahweh is uw Bruidegom!")
Met de uitnodiging: "Roep eens uw man!"
wilde Jezus dus - met beeldspraak - eigenlijk vragen:
"Aanroep eens uw God! Met welke God staat gij nu in relatie?
In welke God gelooft gij nu eigenlijk?"
En Hij gaat verder in dezelfde symbolische taal:
"Vijf ‘mannen’ hebt gij gehad en die gij nu hebt, is de uwe niet!"
dat wil zeggen:
"Vijf verschillende ‘goden’ hebben jullie, Samaritanen,
en gij hebt de echte God nog niet gevonden!"
(De Joden in Jeruzalem verweten de Samaritanen inderdaad
dat zij minstens vijf verschillende goden vereerden)
Deze vrouw vertegenwoordigt dus ook
al diegenen die in onze tijd verschillende goden uitproberen,
zij die heen en weer lopen
van de ene religieuze ervaring naar de andere:
vb. zij die in een kerk gaan bidden,
maar ook wel eens een kaartenlegster consulteren.


vb. zij die in de reïncarnatie geloven
en bij gelegenheid ook nog wel een genezer opzoeken.
"Vijf verschillende goden hebben jullie
en jullie hebben de echte God nog niet gevonden!"

Op dit moment van het gesprek begint de vrouw te snappen
dat Jezus iets diepers duidelijk wil maken.
Hier ontluikt bij haar het geloof.
"Heer, ik zie dat Gij een profeet zijt!"
En zij gaat dan ook verder in op het eigenlijke probleem
dat Jezus met Zijn symbolische vraag had bedoeld:
"Waar kunnen wij de echte God aanbidden,
op de berg in Samaria of in de tempel te Jeruzalem?"

Daarop luidt Jezus' antwoord:
"De echte God is niet gebonden
aan één of andere uiterlijke plaats,
zij het een berg of een tempel.
De echte God vindt men
wanneer men de Vader aanbidt in geest en waarheid".
Jezus zegt dus dat de echte God Zijn Vader is,
de Liefde die van de mensen houdt.
En als de menselijke liefde haar bezieling wil uitdrukken,
zal zij zich niet beperken
tot routinegebaren, formules of vaste plaatsen.
Menselijke liefde wil zeer vindingrijk zijn
en heeft de kracht om van álle heel gewone, goede dingen
een middel en een teken te maken
om erdoorheen haar bezieling te tonen.
Dat leert ons iets over onze christelijke God.
In de christelijke godsdienst is de geloofsbeleving nooit beperkt
tot geprivilegieerde ruimten,
vb. een schone kerk of een vroom bedevaartsoord,
of tot vaste ritussen,
vb. een dikke kaars branden of een formulegebed prevelen.
Die mogen er ook zijn, maar wel op één belangrijke voorwaarde,
nl. dat zij niet verabsoluteerd worden tot magie,
maar integendeel altijd een symbool, een uitdrukking blijven
van onze diepere wederliefde tot God.
Omdat onze God Liefde is, is Hij overal zichtbaar aanwezig,
maar toch vooral daar waar mensen hun hart laten zien.


Wij moeten het telkens opnieuw beseffen
dat de God van het christendom
niet gebonden is aan bepaalde ruimten, voorwerpen of riten,
maar vooral daar te vinden is waar mensen in Jezus' naam
met grote vindingrijkheid hun liefde tonen.
"Het water dat Ik iemand zal geven", zegt Jezus,
"zal in hem een waterbron worden,
dat opborrelt tot eeuwig leven."

Het antwoord op de vraag
"Waar is de echte God te vinden?", luidt dus:
daar waar gelovige mensen met alle mogelijke middelen
proberen hun liefde te tonen!"

De vrouw liet haar kruik staan,
ten teken dat zij die niet meer nodig had,
omdat zij een heel ander soort water had ontdekt:
de echte Levensbron,
Jezus, de Vertegenwoordiger van de Liefde-God,
die de vindingrijke liefde aanspreekt
in het hart van vrije mensen.