Jezelf verliezen (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

ONDENKBARE GOD


Ik weet nog goed dat ik in een kleuterklas toekeek hoe een kleine dreumes een vetkrijtje met twee handen vasthield en daarmee een vel papier bewerkte. Ik vroeg nieuwsgierig: ‘Wat teken je daar?’ De peuter keek me aan, verwonderd dat ik dat niet zag en antwoordde toen nuchter: ‘Gewoon..., kriebels!’ Een beetje kleuterjuf neemt daar geen genoegen mee. Ze schrijft met een pen bij groepjes kriebels wat de kleuter desgevraagd uitlegt. Die zegt overigens wat de juf wil horen: de zon, bloemen, vlinders, pappa...
Een wat ouder kind zei tegen de juf: ‘Ik teken God.’ De juf zei: ‘Niemand heeft God gezien. Niemand weet hoe God eruit ziet.’ Het kindje keek niet op of om, schilderde ijverig verder en zei: ‘Dat zal niet lang meer duren!’

DRIE-EENHEID VAN DE LIEFDE

Ik ben minder zeker van mijn zaak. Ik weet niet hoe ik me God moet voorstellen. Als ik bid hen ik behoefte aan een voorstelling van Hem. Dat is dus moeilijk.
Een geleerde spreekt Jezus aan. ‘Wat is het belangrijkste wetsartikel?’
Zoudt ú een antwoord hebben op die vraag? Welke wet gaat boven alle andere wetten? Niet doden? Respect hebben? Jezus aarzelt niet: ‘Je moet met al je vezels van God houden en niet minder van je naaste, en van je naaste zoveel als van jezelf.’ Een drie-eenheid van liefde: God, de ander, ik.

HOUDEN VAN JE NAASTE

Mooi is dat op het eerste gehoor. Houden van de ander. Dat is ook die opdringerige bedelaar in de Saroleastraat. Hij wankelt van de drugs, kijkt wazig en hij stinkt. Houden van die pedante politicus die met opgeheven vingertje arrogant glimlacht. Ook van die irritante puber in de trein die rokend meedeint op het ritme van zijn luidruchtige muziek; zelfs de conducteur durft hem er niet op aan te spreken. Van twee Duitsers die in een grote bak nooit van de linker rijstrook wijken. Van de Belg die je ervan weerhoudt de file in te ritsen. Van de vriend van je dochter die haar hart en hoofd op hol brengt en om zich heen soms een weeïge hasjgeur heeft hangen. Van de dokter die je twee weken op een uitslag laat wachten en dan uit de hoogte meedeelt dat de uitslag positief is, wat betekent dat het bloed niet in orde is. Van de winkelbediende die routinematig zegt: ‘Daar kunnen we niet aan beginnen. De garantietermijn is bijna een maand overschreden.’ Van de overbuur, die volgens de buurvrouw in het café vertelt had hij uw familie aso’s vindt.
Van mensen houden is niet altijd vanzelfsprekend, maar het kàn, en de wereld wordt er mooier van.

HOUDEN VAN JEZELF

Van jezelf houden kan lastiger zijn. Vooral als je dat vroeger nooit hebt gemogen. Vaak lieten ouders merken dat ze alleen onder bepaalde voorwaarden van je hielden. Ze waren trots op je, als je met twee woorden sprak, als je de afwas klaar had, als je je huiswerk had gemaakt en een voldoende voor je proefwerk had. Als je gescoord had bij judo of ballet. Het kan erg moeilijk  zijn van jezelf te houden als je partner je in de steek heeft gelaten. Als je ontslagen bent. Als je zonder werk zit. Als je anderen tot last wordt... Daar komt je alleen niet meer uit.

HOUDEN VAN GOD

Maar van God houden? God die je niet kunt tekenen en niet kun beluisteren. Hoe moet je van God houden? En nog wel met heel je wezen?
Het woord ‘houden van’ heeft veel betekenissen. Als ik de symfonie in f-majeur van Mozart in mijn MP3-speler hoor, fietsend door de natuur, dan blijf ik even staan. De radio gaat harder. Sommige muziek maakt een oud heimwee wakker naar de eeuwigheid. Je kunt ook houden van marsepein. Je verstopt hem ver weg achter in een keukenkast en je kunt het niet laten om er toch maar weer een reep vanaf te snijden. Of van mosselen of rijpe mango’s. Je kunt van een landschap houden. Van de duinen of de Brunssumer hei. Je kunt ook van een fonkelende sterrenhemel houden zoals je ze alleen in koude nachten in de bergen ziet. Je kunt van je trouwe hond houden die altijd blij is als hij je ziet. Of van een teddybeer.
Je kunt van veel dingen houden. En zoals zalm verschilt van een dennenbos, en Shostakowitch van het toetje van de maand; zoals je kleinkind verschilt van een ijshockeywedstrijd..., zo verschilt ‘houden van’ van ‘houden van’!
Hoe verschillend ook, houden van heeft altijd iets van eerbied en respect, van huiver misschien. Van vertrouwdheid. Het maakt je leven zinvol en de moeite waard. Het hoort bij je. Het verbindt je met wat er is.
Alle dingen waar je van houdt zijn heel belangrijk voor je en je verliest er jezelf in.
Van de Schepper houden is boosheid voelen als iemand Hem misbruikt om anderen te kleineren en te overheersen. Dat is voor Hem opkomen als men Hem beledigt. Dat is heel de schepping beminnen: de zonsondergang, de specht, het kopje van de poes, het eerste dansje van je dochter, een handvol bramen, dat en oneindig meer: het mysterie van je bestaan zelf, de ontroering die de schepping teweeg brengt, je gehechtheid aan het leven, dat alles tot in zijn oorsprong. Van God houden is jezelf verliezen in het Al.

GOD BIJ DE APPELS

Lieve kinderen. Mariëlle kwam binnen op het partijtje van Loes. Haar oog viel direct op een grote mand appels die op tafel stond. De appels zagen er heerlijk rood en glimmend uit. ‘Nog even wachten hoor,’ zei de vader van Loes vriendelijk. Mariëlle lachte naar hem. ‘Ik mag er toch wel eentje?’ vleide ze. ‘Er zijn er genoeg. Pakken we er allebei eentje. Niemand ziet ons!’ ‘God ziet ons hier wel...’ peinsde de vader voor zich uit want hij had zelf ook zin in een appel.
Mariëlle keek om zich heen en toen zag ze een schaal vol met Marsjes. Heerlijk. Nog beter dan een appel. Bij de Marsjes zag ze Toine en Fons. En Els kwam er ook aan. ‘Kom’, zei Mariëlle. We pakken allemaal een Mars. God staat toch bij de appels!’
Zo erg, lieve kinderen, hield Mariëlle van Mars en evenveel van God als van de andere kinderen als van zichzelf.