31ste zondag B (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Lieve mensen, allemaal van harte welkom bij deze heilige eucharistieviering.

De heilige Schrift, de Bijbel, spreekt over leven met God en over leven met mensen. De heilige Augustinus, bisschop en kerkleraar in de 4e en 5e eeuw, heeft nooit in zijn eentje nagedacht over de belangrijkste levensvragen, maar zag zijn vrienden en huisgenoten, zijn collega's en ook hen, die aan zijn zorgen waren toevertrouwd, als gesprekspartners. Hij wilde leven voor God, maar àltijd samen met andere mensen.

Wil je goed kunnen samenleven met anderen, moet je natuurlijk eerst goed kunnen opschieten met jezelf! En daarom is het belangrijk iedere dag bewust te leven, jezelf geregeld af te vragen: wie ben ik, waar kom ik vandaan en waarheen ben ik op weg? Een deel van het antwoord is voor ieder van ons verschillend, maar allemaal kunnen wij zeggen: wij zijn mensen, die samen in Jezus Christus geloven. Zoals Hij vroeger in Israël werkte, zo werkt zijn heilige Geest nu door ons in de hele wereld. Wij allen samen zijn het levende lichaam van Jezus Christus. In ons heeft Jezus Christus handen en voeten gekregen.

Misschien hebben wij weleens wat te weinig respect, waardering, voor wie wijzelf als gelovige en als kerkgemeenschap zijn. Zoals God alles verwachtte van zijn Zoon, zo verwacht Hij ook heel veel van ons.

Geven wij heel veel, aan God en aan elkaar.

OPENINGSGEBED

Almachtige God, in de liefde tot U en tot de naaste doet Gij de bron ontspringen van het geluk waartoe wij allen zijn geschapen. Laat uw wet het richtsnoer van ons leven zijn. Leer ons daaruit de wijsheid putten, die wij nodig hebben om te komen tot uw koninkrijk. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... . Amen.

PREEK

Broeders en zusters, die heilige bisschop Augustinus heeft ooit een boekje geschreven dat heet ‘Speculum', wat ‘Spiegel' betekent. Zoals wij goed in de spiegel kijken of alles goed en netjes zit, zo moeten wij ook goed naar onszelf kijken, misschien zelfs opschrijven wat wij zien, zodat wij het later nog eens kunnen teruglezen om te weten of wij in de loop van bijvoorbeeld een maand een beetje veranderd zijn, betere mensen zijn geworden.

Dit kijken naar jezelf en de ander en ook naar de gemeenschap is onmisbaar. Wij zien het goede in onszelf en de ander, maar ook het zwakke en misschien zelfs het kwade. En dan gaat het er allereerst om jezelf en de ander te verdragen. Augustinus haalt het voorbeeld van Jezus Christus aan. Hij had zelf zijn leerlingen uitgekozen en er was één bij, die groot kwaad deed, Judas. Maar Jezus Christus wist van zijn aanwezigheid goed gebruik te maken door voor de Kerkgemeenschap van alle tijden een voorbeeld van geduld en verdraagzaamheid te geven. Zelf had Hij nooit enige zonde gedaan en toch droeg en verdroeg Hij de zonden van allen. Jezus Christus was ook niet bang dat er iets van het goede zaad in verkeerde grond zou vallen. Als Hij altijd de verkeerde grond - de kwaadwillende mensen - had gemeden, zou Hij ook nooit de góéde grond hebben bereikt, want goed- en kwaadwillende mensen leven door elkaar heen.

Misschien vreemd op het eerste gehoor, maar Augustinus noemt de aanwezigheid van mensen, die het kwade doen een zegen. Want het is pas n.a.v. je reactie op het kwade dat je kunt weten wie je werkelijk bent. Als je niet boos wordt op mensen, die jou in woord en daad iets aandoen, maar eerder medelijden met ze hebt, omdat zij in ieder geval op dàt moment niet in de liefde van God leven, dan pas blijkt dat je werkelijk gelooft in Jezus Christus als de Vredevorst. Blijkt dat je wèl boos wordt, dan moet je eigenlijk hopen, dat die mens nog een hele tijd in je buurt blijft, zodat je kunt oefenen om ook zelf een echte vredevorst te worden.

Met wat de Kerk leert, beste medegelovigen, kunnen wij uiteraard vandáág al iets goeds doen. Jezus zegt immers dat het koninkrijk van God midden onder ons is. Maar de Blijde Boodschap van de Kerk is ook gericht op de toekomst. Want het Rijk van Gods Vrede zal pas echt aanbreken als Gòd geoordeeld heeft, als Gòd de goeden en de kwaden van elkaar zal scheiden. Bisschop Augustinus zegt letterlijk tegen zijn kerkvolk: "Nu is het dus nog niet de tijd van de scheiding, maar van het verdragen". Zeggen wij niet als iets moeilijk is "je moet er doorheen"!? Zo is het ook met het kwade. Wij moeten geen grenzen trekken en de wereld verdelen in goeden en kwaden. Wij moeten eerder proberen samen over de grenzen heen te gaan, elkaar over de streep te trekken.

Om tot een betere wereld te komen heeft de Heer niet véél mensen nodig, maar wel eensgezinde mensen. Daarom moeten wij onszelf en elkaar vergeven. Hoe vaak? Lamech, een ruwe vechter in het vierde hoofdstuk van het boek Genesis, zegt dat als Abel 7 keer werd gewroken, hijzelf maar liefst 77 keer wordt gewroken. Maar, weten wij, Jezus zegt, dat wij 70 keer 7 keer moeten vergeven en niet wreken.

Om je naaste te kunnen beminnen is het dus nodig om te kunnen vergeven. Maar er staat in het evangelie "Gij zult uw naaste beminnen ... als uzèlf". Zoals God, vóórdat Hij de engelen en de wereld schiep, volkomen gelukkig was met en in zichzelf, vanwege het oneindig vele goede dat Hij in zich draagt, zo mogen ook wij blij en gelukkig zijn met het goede in ons. Wij zijn wat onze blijdschap betreft niet alleen afhankelijk van wat anderen voor ons doen - stel je voor, dat je maar weinig goedwillende mensen om je heen zou hebben, dan zou je ook maar weinig gelukkig kunnen zijn - God heeft íeder van ons een rijke schat aan talenten en goede eigenschappen gegeven. Wij mogen gelukkig zijn met wie wij zijn en tegelijk weten, dat het nog beter kan en beter moet.

Om in vrede te kunnen leven is het ook belangrijk te aanvaarden, dat in deze wereld niet al onze verlangens vervuld kunnen worden. En nog iets ... Augustinus zegt: als je een echte voorstander van de vrede bent, dan houd je ook van de tegenstanders van de vrede, want enkel door hen lief te hebben, kun je de onvrede overwinnen.

Broeders en zusters, de woorden "je moet je naaste liefhebben als jezelf" zijn zó snel uitgesproken, drie seconden, maar wij hebben een leven lang nodig om te leren ècht lief te hebben. Proberen wij: niet oordelen, van harte vergeven, goed zijn voor iedereen, óók voor hen die het kwade doen.