Afspraak

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het gaat hier over een einde en een begin. Wat je over zo'n begin en einde kunt vertellen kan alleen maar iets mythisch zijn. We kunnen alleen maar verhalen vertellen over wat er ons na dit leven te wachten staat; juist zoals we alleen maar verhalen kunnen vertellen over waar we vandaan komen. Begin en einde, woorden die zo vreemd zijn dat ze maar moeilijk in het meervoud gezegd kunnen worden. Woorden die bij elkaar horen, ieder einde is immers een begin, en ieder begin een einde.

Marcus heeft het hier over verschillende ‘einden' en ‘beginnen'. Er is eerst dat einde waarbij de zon verduistert, de maan geen licht meer geeft, de sterren van de hemel vallen, en de hemelse heerscharen in verwarring geraken, en de Mensenzoon in heerlijkheid en pracht zal verschijnen.

Verwijst Marcus hier naar wat er gebeurde bij Jezus' sterven op het kruis? Als Marcus ons die dood vertelt, vermeldt hij dat er toen vanaf het zesde tot het negende uur een dikke duisternis over het hele land viel. Dat de hemelse heerscharen daarbij in verwarring geraakten - en dat kunnen dus alleen maar de ‘boze' geesten geweest zijn - is niet te verwonderen. Dat deden ze al vanaf zijn allereerste optreden in Kafarnaüm. (1,21-28). Was het de officier die bij zijn dood riep: ‘Waarlijk, deze man was een zoon van God' die dit alles zag?

Hier vertelt Jezus zijn leerlingen dat dit alles zeer nabij is. Hij had hun al eerder gezegd: ‘Voorwaar ik zeg jullie, er zijn hier enkelen van jullie die niet zullen sterven, voordat ze het koninkrijk van God met kracht hebben zien losbarsten' (9,1).

Er is bij dat einde en dat begin nog een ander einde en een ander begin, dat ons aangaat.

Er zal bij het verschijnen van de mensenzoon nog iets anders gebeuren. Hij zal zijn engelen uitzenden, en die zullen alle uitverkorenen uit de vier windstreken, uit de hele schepping bij elkaar brengen. Een ander einde en een ander nieuw begin.

Hij vertelt hun, dat dit alles nu ‘voor de deur staat' en dat ze, als ze goed kijken zelf kunnen zien dat dit waar is.

Het klinkt allemaal prachtig, maar het blijft vaag en wat onwaarschijnlijk als we het niet op een meer concrete manier in kunnen vullen.

Als Jezus' dood op het kruis inderdaad het nieuwe begin van de hele mensheid is, dan moet dat nieuwe begin van ons ook bij dat verhaal over hem horen. Dat is ook zo.

Als in het evangelie volgens Marcus na zijn dood en verrijzenis de vrouwen naar het graf gaan om hem te balsemen, vinden ze hem niet. Maar in het graf zit een jongeman in een wit kleed. Is het een engel, of misschien een apocalyptische, symbolische verschijning die voor de hele mensheid staat?

Wat er ook van zij, die verschijning zegt hun, dat Jezus niet is waar ze hem zoeken, dat hij niet meer in zijn graf is, dat hij hun voorgegaan is naar Galilea, en dat ze aan Petrus en de leerlingen moeten vertellen, dat ze naar Galilea moeten gaan om hem daar te vinden, zoals afgesproken. De vrouwen hollen verschrikt het graf uit, rennen weg, en zijn zo overstuur dat ze de boodschap - volgens Marcus - niet eens doorgeven aan de leerlingen. Op den duur kwam die boodschap natuurlijk wel door. Ze bereikt ons nu. Wij dienen naar Galilea te gaan om van daaruit op onze beurt zijn weg in deze wereld te gaan. Het is die afspraak waar Marcus' evangelie om draait.

We vermeldden in het begin van deze jaarreeks - zie de tweede zondag in de Advent - dat de eerste zin van Marcus' evangelie: ‘Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, de zoon van God' niet het begin van de tekst zelf is.

Die hele zin is de titel van Marcus' boek. Dat wil dus zeggen dat alles wat er aan tekst gaat volgen, dat het hele avontuur van Jezus onder ons, het begin - en enkel en alleen maar het begin - van de goede boodschap is.

Jezus maakt een begin. Jezus maakt hét begin. Hij bijt de kop af, het overige moet volgen. Die rest is overgelaten aan hen die Jezus op zijn pad zullen gaan vergezellen. We worden dan ook allemaal gevraagd naar Galilea te gaan, waar Jezus op ons wacht, om ons op onze beurt in onze sandalen te steken en op pad te sturen. Wij zijn het die het verhaal van die goede boodschap voort moeten zetten. Dat is hoe zijn einde en nieuwe begin te maken heeft met wat wij dienen te beëindigen en te beginnen.