33e zondag door het jaar (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 134 niet laden

We leven in een jaarcyclus en ook nu in het najaar merken we dat. Vaak wordt deze tijd, nu in ons klimaat de natuur sterft, geassocieerd aan ons sterven, ons persoonlijk einde der tijden. Het is dan ook logisch dat nu de lezingen over dit onderwerp gaan.
Het algemene einde der tijden is een Joods begrip en het is niet verwonderlijk dat er bijbelteksten daarover zijn. De profeet Jesaja spreekt over "... zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar licht niet meer laten schijnen en zullen de sterren vallen en de hemelse machten wankelen...". Ezechiël en Joël gebruiken die woorden ook. Maar bij hen gaat het dan om de straf die de Heer uitvoert over onrechtvaardigen. Het zijn dagen van verschrikking als de Heer dan komt. Bij Daniël, waaruit we nu hebben gelezen, gaat het meer om een hoogmoedige koning die het land verovert en met een vreemde god heult. Dat is een tijd van verschrikking voor het volk, zoals nog nooit eerder is voor gekomen. Maar Michaël zal hen verslaan.

Met dat beeld van einde der tijden, een algemeen oordeel, geeft het Joodse geloof haar visie op gerechtigheid aan, haar inzet voor algemene rechtvaardigheid, waaraan niemand zich kan onttrekken. Omwille van de gerechtigheid word je daarop afgerekend.

Dat Joodse beeld van het einde der tijden wordt in het N.T. voortgezet; we vinden z.g. apocalyptische stukken ook bij de evangelisten Mt en Lc, en er is zelfs een heel apart boek daaraan gewijd: de Apocalyps, Het boek der Openbaring, waarin het eindoordeel uitgebreid ter sprake komt.
Maar er is een verschil tussen Daniël, de 1e lezing, en het Marcusevangelie. Bij Daniël wordt die verschrikking wel genoemd maar de troost, de bemoediging, heeft een grotere plaats: de grote vorst Michaël zal opstaan en beschermen. Zijn boodschap is dan een boodschap van hoop voor degenen die in het boek des levens staan opgetekend, wier naam 'in Gods handpalmen zijn geschreven'(Jes 49,16). Want in de eindtijd - ondanks zijn dreiging - "komt die koning aan zijn eind zonder dat iemand hem bijstaat". Het oordeel is duidelijk: de zondaars zullen eeuwige schande ondervinden en wijzen zullen schitteren. Geen wonder dat wij in de tussenzang intens ónze hoop op de Heer hebben gezongen/gebeden: "God, bewaar mij als ik mijn toevlucht bij U zoek"/"Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht". Bij God zoeken we bescherming, persoonlijk en intiem "Bestendig geluk aan Uw zijde"/"mijn hele bestaan zal veilig zijn".

In het evangelie wordt de tekst van Jesaja over de verschrikking aangehaald maar een troostwoord, zoals bij Daniël, ontbreekt. Niets van bescherming, eeuwig leven of schittering als beloning. Want in het evangelie zijn we in de tijd ná de verschrikking, na de tijd waarin het ene volk tegen het andere opstaat, waarin aardbevingen en hongersnood zijn. Nu komt de Mensenzoon maar hij beschermt niet zoals de grote vorst Michaël - hij zendt zijn engelen uit om de uitverkorenen te verzamelen.

(Bij 'uitverkorenen' moeten we niet denken aan willekeur, de een wel de ander niet. Uitverkoren heeft veel meer de lading van 'niet uit eigen verdienste'; we hebben het niet zelf geklaard want we zijn maar stoffige mensen. Onze redding, onze hoop, hebben we gekregen zomaar omdat wij het zijn, omdat HijZ ons het eerst heeft bemind)

De Mensenzoon verzamelt de uitverkorenen vanuit de vier windstreken. Dat doet denken aan Jesaja in zijn profetieën na de terugkeer van de Joden uit ballingschap: "Zo spreekt de Heer: Wees niet bang want Ik heb u verlost en u bij uw naam geroepen: U bent van Mij ... Wees niet bang, Ik ben bij u. Uit het Oosten breng Ik uw kroost terug, en uit het Westen verzamel Ik u. Tegen het Noorden zeg Ik: 'Geef hier!', en tegen het Zuiden: 'houd hen niet vast; breng mijn zonen uit de verte en mijn dochters uit de uithoeken der aarde, allen die naar mijn naam genoemd zijn, die Ik tot mijn heerlijkheid heb geschapen, heb gevormd en gemaakt." Dat is pas een profetie! De Mensenzoon zal die ten uitvoering brengen over zijn volgelingen; die zijn van hem. Dan is er geen bescherming meer nodig. Ze zijn veilig. Hij is de definitieve vervulling van die O.T.-ische hoop.

Wanneer zal hij dat doen? Het Joodse beeld van het einde der tijden, het eindoordeel, wordt nogal genuanceerd: Er staat nl."Dit geslacht/deze generatie zal niet voorbij gaan totdat dit alles is gebeurd". Die generatie is voorbij en toch is er niets gebeurd dat daarop lijkt. Tenzij ... Jezus ook doelde op zijn eigen dood. Het lijdensverhaal begint nl. kort na dit stukje dat we hebben gelezen. Als je sterft, zie, hoor, voel, ruik en proef je niets meer: jouw schepping wordt geschokt. Het verhaal van het einde der tijden heeft dan betrekking op je eigen sterven. Dan hoef je niet bang te zijn in dat uur van verschrikking. Dan komt de Mensenzoon om je te roepen: "je bent van Mij" en dus veilig.

Je hoeft niet bang te zijn want Jezus verbindt er een positief beeld aan: "als zijn twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen ..." dan is het lente, nieuw leven. Het zij niet alleen een geruststelling voor ons dat we die psalm hebben gebeden; Jezus heeft haar ook gebeden: God, bewaar mij als ik mijn toevlucht bij u zoek. Het zij ook een vervollediging van ons verlangen; wij mogen haar samen met hem bidden: "Koesteren zult gij mij in Uw hand". Gekoesterd worden door de Zon van het nieuwe Leven.

 

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Je hebt misschien wel het idee dat je leeft in een wereld vol verschrikking. Dat klopt. Laat je dan niet ontmoedigen. Vertrouw op die profetie die zegt dat de grote vorst Michaël zal komen om te beschermen, op de profetie dat de Mensen zoon zal komen om je te roepen. Je bent van hem, als je dat wil, als je samen leeft met hem. Moge dat een geruststelling zijn. Uiteindelijk ben je veilig.

 

We hebben gebeden/gezongen "... om heel mijn leven geluk te vinden bij u"/"Koesteren zult Gij mij in uw Hand". Gunnen we ons een paar minuten om dat over ons te laten komen.