Christus-Koning B

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De laatste zondag van het kerkelijk jaar, voordat de Advent begint, en daarmee een nieuwe liturgische jaarkring, vandaag dus, staat sinds vele jaren in het teken van Christus als koning. Bijna zeventig jaar geleden werd dat feest ingesteld. Toen er in de jaren twintig nogal wat koningshuizen en keizerrijken verdwenen, en de macht van de katholieke kerk minder werd, toen er allerlei nieuwe politieke verhoudingen groeiden, benadrukte de kerk, tegen het opkomende socialisme en fascisme in, dat Christus koning was over kerk en wereld. Het lied Aan U, o koning der eeuwen was vooral in die dagen een soort katholieke tegenhanger van de socialistische Internationale. Het feest van Christus Koning werd toen en nog lange tijd daarna uitbundig en triomfantelijk gevierd.

Als we vandaag spreken over Christus Koning, heeft dat niets meer van doen met triomfalisme of machtsvertoon van de kerk. En het evangelie vandaag is er ook niet naar. Integendeel. ‘Ben Jij koning der joden?', vraagt Pilatus, en Jezus zegt: ‘Koning ben Ik, maar mijn koningschap is niet van deze wereld'. Het heeft niets van doen dus met het koningschap van Pilatus en allerlei andere machthebbers. Zijn leiderschap berust niet op een legermacht. Zijn koningschap heeft niets van goud en glitter, heeft niets triomfantelijks. Het is niet van deze wereld. Niet aan pracht en praal dus, maar aan de eenvoud ontleent Hij zijn allure. Zijn kracht ligt niet in machtsvertoon, maar in zachtmoedigheid. Geen peloton soldaten dat Hem bijstaat. Dienstplicht bij Hem is de plicht te dienen met de liefde als enige wapen. Staande voor Pilatus, de zetbaas van Rome, en verraden door zijn eigen volk, houdt Hij zijn visie overeind: ‘Koning ben Ik, gekomen om te getuigen van de waarheid'. En die waarheid is dat de weg van vrede en zorg voor elkaar het winnen kan, winnen zal, van wapengekletter om het eigenbelang te verdedigen. Grootheidswaan - zo is zijn overtuiging - zal het afleggen tegen eenvoud.

Zo bezien vraagt het feest van Christus Koning ons van onze zelfgemaakte tronen af te komen; wie hoog te paard zit of over het paard getild is, moet omlaag komen en zich aansluiten bij het gewone voetvolk. Wie prat gaat op zijn status, wie op zijn strepen staat, en anderen ziet als onderdanen, moet zich bekeren en laten inspireren door de eenvoud van Jezus. Wanneer wij - net als Hij bij Pilatus - voor zijn rechterstoel moeten verschijnen, vraagt Hij ons niet naar eretitels, onderscheidingen of carrière. Hij zal ons vragen naar onze inzet voor elkaar. Hij informeert naar onze vrijgevigheid, onze trouw aan elkaar en ons mededogen voor elkaar. Wie hier de deur van huis en hart openhield voor anderen, die doet Hij de deur open naar zijn koninkrijk, waar vele laatsten eersten zullen zijn. ‘Koning ben ik', zegt Hij, ‘maar mijn rijk is niet van deze wereld'. Dat betekent: het is anders, en het reikt verder, tot over de grenzen van wat we nu zien. Wie het vinden wil, moet mensen niet behandelen als onderdanen maar als broers en zussen, als kinderen van dezelfde Vader.