Heldengevecht (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

NOOIT MEER LACHEN

‘Er was eens een koning die niet meer kon lachen...’ Sommige sprookjes beginnen zo. Artiesten en kermislui worden ontboden om hun kunstjes aan het hof te vertonen, maar de koning geeuwt en wil naar bed. De acrobaten keren depressief huiswaarts!
Door de eeuwen heen heeft men verwonderd aangekeken tegen mensen met een depressie. Naar Elia bijvoorbeeld, Jona, Jeremia en Saul. Vandaag lazen we Job: ‘mijn leven is als van een slaaf. De hele dag moet ik zwoegen en wacht ik op de nacht. En als het eindelijk donker is, dan wil ik opstaan en lig te woelen totdat de ochtend gloort.’
Onlangs meldde de krant dat 5% van de Belgische mannen en 8% van de vrouwen het afgelopen jaar onder depressies hebben geleden. 15% Van alle mensen gebruikt anti-depressiva of kalmeringsmiddelen. We hebben het over een wijd verbreide ziekte. Iedereen kent mensen die lijden onder een depressie.

LIEVER BEIDE BENEN GEBROKEN

‘Weet u’, legde een vrouw me uit, ‘ik wou dat ik beide benen had gebroken. Dan zouden de mensen zien dat me iets mankeerde. Maar nu...’ Na een stilte verolgde ze: ‘Veel mensen denken dat ik aandacht zoek. Ik zie het ze denken. Waarom gaat ze niet wandelen, of leuke dingen doen? Maar er zijn geen leuke dingen meer. Over mijn hele leven ligt een grote moeheid en angst. Elke minuut plaagt me de gedachten aan een verlossende dood. Ik kan onmogelijk geloven dat het ooit over gaat. En m’n man, die wordt helemaal gek van me!’ Ze keek strak voor zich uit. Niet in staat om te huilen. Uitgehuild.

DE KUNSTJES VAN DE OMGEVING

Ik moet aan het sprookje denken. Aan al die artiesten die de bedroefde koning met kunstjes proberen aan het lachen te krijgen. De koning wordt er alleen maar mistroostiger van. De bakker met zijn roomsoezen, de clown met zijn aapje, de danseresjes in hun tule rokjes, ze vervullen de koning alleen met afkeer. Hij beseft dat hij het vermogen om te genieten kwijt is.
Een week later sprak ik de echtgenoot. ‘Het is al de vijfde keer dat ze zo’n depressie heeft’, zegt hij. ‘Alleen duurt het nu wat langer. Het is verschrikkelijk om te zien hoe ze lijdt. En dat je niets kunt doen. Gewoon naast haar blijven zitten en luisteren. Dat is moeilijk. En dat mag ik haar niet laten merken, want dan wil ze dood. Ze twijfelt zelfs aan mijn liefde. ‘Pak je een ander!’ roept ze soms.’ Dat doet pijn.
Depressiviteit is een echte ziekte. Zo echt als een gebroken been of een verlamming. Alleen zie je het niet. Want de ziekte zit letterlijk tussen de oren. De stemming van een mens is ziek. De oorzaak is onduidelijk. Waarschijnlijk zijn er veel oorzaken in het spel. Aanleg, een stofwisselingsgebrek, gebeurtenissen in het verleden, te hoge eisen.... Depressieve mensen vechten soms vierentwintig uur per etmaal tegen hun doodswensen. Zij zijn helden die een enorme strijd leveren.

SAMEN UITHOUDEN

De omgeving is machteloos. De zieke kan niet meer bidden. Het geloof in een goede God is er wel, maar het verbetert de stemming niet, want die is juist aangetast. Deze mens heeft behoefte aan een omgeving die geduldig is en trouw en niet lichtzinnig reageert. Aan mensen die weten dat de depressie iets ernstigs is en dat je die niet met een grapje of een wandelingetje hebt overwonnen. Wij kunnen vooral veel doen om de direct betrokkenen, echtgenoten, kinderen of ouders, te steunen in hun moeilijke taak.
‘Bedenk, ik zal geen geluk meer zien.’ Job kan nog niet inzien dat de zon eens zal opgaan; dat hij ooit weer naar de stad zal gaan om een nieuwe haring te kopen.
‘Weet je’, zei de man en hij wendde zich tot zijn vrouw, ‘ik heb me verleden jaar zo machteloos gevoeld en zo buiten jou, zo zonder contact, maar ik heb altijd van je gehouden.’ ‘Weet ik toch!’, antwoordde zij. ‘Daarom heb ik het volgehouden.’

UW DIENAAR KOMT....

En sommigen houden het niet vol. Ondanks alle liefde. En dat doet erg zeer, na tientallen jaren nog. De kerk was onbarmharitg omdat ze niet begreep met een ziekte van doen te hebben. Dat begreep wel die man, die de strijd had verloren, bijna zeventig jaar geleden. Men vond hem dood in zijn boomgaard met in zijn zak een handgeschreven briefje: ‘Heer, uw dienaar komt, nog voor Ge hem geroepen hebt....!’

DE  CLOWN EN DE PRINSES

Lieve kinderen. Er was eens een prinsesje dat niet meer lachen kon. De koning stuurde herauten uit met een boodschap. Wie het prinsesje aan het lachen kon maken mocht met haar trouwen. De bel van het paleis stond roodgloeiend. Daar was een moppentapper. Die wilde een grap vertellen over een dom blondje, maar toen hij de haren van de prinses zag liep hij hollend weg. Daar kwam Prins Carnaval met een onderscheiding, maar toen hij ‘m opstak begon het prinsesje te gapen. Zestig dagen verliepen maar de prinses had zelfs geen flauwe glimlach laten zien. Toen op de eenenzestigste dag verscheen er een kleine clown. Hij had zijn mondhoeken naar beneden geschminkt. Uit de ooghoeken bungelden twee plastic tranen. Hij liep met aarzelende stappen op het prinsesje af, maakte een machteloos gebaar met de armen en ging zwijgend onder haar troon zitten. Dat duurde een poosje. De clown volgde haar aan tafel en ‘s nachts sliep hij op een veldbedje naast haar slaapkamer. Ineens zei de prinses boos: ‘Wat wil je nou? Ik heb niet hoeven lachen, dus donder maar op!’. De clown begon te fluisteren. ‘Lieve prinses. Als ik geen grappen maak dan kun jij niet lachen. Maar als jij niet kunt lachen, dan kan ik ook geen grappen maken. Laten we samen wachten tot de zomer komt...’ Een hele tijd later gebeurde het dat de prinses wakker werd door een zonnestraal. Ze stond veel vroeger op dan gewoonlijk. Toen ze haar slaapkamerdeur opende zag ze de clown in zijn pyjama die bedrukt was met kleine girafjes. Ze schoot in een lach. De koning snelt toe. ‘Trouwen jullie!’ riep die luid. En zo geschiedde. De clown trouwde de prinses en ze leefde nog lang en lang niet altijd gelukkig!