Vragen aan God, bidden (2006)

Ergens in onze gemeenschap is een kind dat graag een hond wil. Waarschijnlijk hebben we allemaal nog iets van dat kind in ons, met een wens die misschien, wie weet, ooit in vervulling gaat. Dat kind heeft misschien gedacht: van mijn ouders krijg ik die hond niet, Sinterklaas duurt nog zolang, laat ik het eens via die vragenbus aan God proberen.
Zal het gebedje verhoord worden?  Ouders, als u hier aanwezig bent, het ligt in uw vermogen.

Maar wat als bijvoorbeeld het volgende aan de hand is? Een kind tussen twee vuren in een huwelijkscrisis. Wat kan hij anders doen dan ’s nachts in bed zachtjes bidden: “O God, laat mijn ouders weer van elkaar gaan houden, zodat we bij elkaar kunnen blijven”. Wat als het gebed niet verhoord wordt? De ouders gaan uit elkaar. Het kind krabbelt heus wel weer op, maar houdt ergens in zijn ziel een zere plek.
En wat te denken van het volgende?Een 12 jarige jongen, kindsoldaat in Afrika, gedwongen om mee te doen aan het machtsspel van de volwassenen. Hij herinnert zich uit zijn weinige schooljaren de zuster, die vertelde dat je aan God al je zorgen en wensen mag vertellen, en dat Hij je dan hoort.
Hij bidt: “God, bevrijd mij; ik wil mijn moeder terug zien, ik wil graag weer naar school, zodat ik later voor mijn moeder en broertjes en zusjes kan zorgen.”
Wanneer wordt zijn gebed verhoord?  Hij is nu 16, inmiddels gewend geraakt aan het harde soldatenleven in de jungle. Het is nu zijn beurt om te stelen, te verkrachten, te  doden.
Een mooi verhaal, dat van Hanna, die God smeekte om een kind. Het geeft wellicht op een geromantiseerde manier aan, dat het kind Samuel wel geboren moest worden, omdat  voor hem een belangrijke rol in de geschiedenis van het volk Israel was weggelegd. Maar een weergave van hoe het werkt in het leven van alledag is het niet: gebeden worden dikwijls niet verhoord.
Hoe kan Jezus nou zo gemakkelijk zeggen: vraag en je zult verkrijgen, klop en je zal worden opengedaan, zoek en je zult vinden? Dat is toch in strijd met onze ervaring?
Eerder het omgekeerde lijkt waar: God handelt niet in ons leven. Wonderen bestaan niet, toeval wel, toeval regeert.
En toch, de naam van God “Ik zal er zijn” blijft in ons, in alle mensen?  door het hoofd spelen, een vermoeden?, een wens?, een realiteit?  Maar waar is dan die God? Wat doet hij voor ons?

Lied : Die zegt God te zijn

“Ik zal er zijn”, dat is de naam die hoort bij God, waarvan we hopen dat hij ons ziet, ons kent, weet wat we nodig hebben en dat Hij daarom in ons leven aanwezig is. Waar herkennen we zijn hand, zijn zorg voor deze wereld en voor ons?
Waar moeten we anders zoeken dan bij elkaar? Wonderen bestaan niet? Mensen verrichten wonderen. Het toeval regeert? Het zijn mensen die de gang van de geschiedenis kunnen veranderen. Daar is dan ,denk ik, die Heilige Geest aan het werk, die onze Vader in de hemel schenkt aan wie hem er om vragen. 
Ik denk dat Jezus zijn visie op het gebed  bedoeld heeft, niet als een weergave van een bestaande en wetenschappelijk te bewijzen werkelijkheid waarin de vragende mens rustig kan afwachten tot hij krijgt wat hij wenst, maar als een opgave: Wie vraagt moet verkrijgen, geef elkaar dus wat je nodig hebt, wie zoekt moet vinden, help elkaar daarbij, wie klopt moet worden opengedaan, geef elkaar de gastvrijheid die je zelf ook zou wensen.
De hand van God niet zichtbaar in deze wereld? We zullen hem zelf zichtbaar moeten maken.

Lied: Vandaag doet de hand en morgen de voet, wat goed is, wat moet.

Laat het zo zijn, dat we Gods hand zichtbaar kunnen maken met onze eigen handen en voeten en verstand en toewijding en liefde, en stel je voor dat we dat nog gaan doen ook.
We zullen werkelijk mensen zijn naar Zijn beeld en gelijkenis.
Maar God wacht niet tot wij in actie komen, Hij werkt al aan zijn grote plan voor deze wereld.
Door mensen als Samuel in de wereld te zetten, leiders, die de loop van de geschiedenis in de hand nemen en ombuigen tot vrede en welzijn. We kennen ze ook uit onze eigen tijd: ik noem alleen als voorbeeld Nelson Mandela.  Maar God werkt vast niet alleen met grote namen, grote mensen. Ook onze kleine levens mogen bijdragen aan de voltooiing van zijn rijk dat komen gaat. Wij mogen meedoen.
Al was het maar door ons gebed, als we bidden wat Jezus ons heeft voorgezegd: uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel. Dat gebed zal verhoord worden.

Maar dan nog zit ik met die onverhoorde gebeden van het kind dat heeft gewenst dat zijn ouders bij elkaar zouden blijven, en van die jongen, die kindsoldaat, die  vroeg om naar  school te kunnen, en een beetje vrijheid om voor zijn familie te kunnen zorgen.
En ik zit met al die onuitgesproken gebeden van miljoenen armen, rechtelozen, zieken en eenzamen, van vroeger en nu. En zeker zijn er ook onder ons hier mensen die leven moeten met een onvervuld verlangen, een schrijnend verdriet, een eindeloos zoeken zonder te vinden, een aanhoudend kloppen, zonder gehoor te vinden.  Allemaal mensen die niet bereikt worden door Gods hand, dat wil zeggen door mensenhanden, die doen wat gedaan moet..Kunnen wij leven met het idee, dat er uiteindelijk geen verhoring van hun noodroepen zal zijn? Kan God leven met dat idee? Nee, wij mogen er op vertrouwen, dat Hij het onrecht en het lijden ziet, en het zal omdraaien.
Jezus bad op de avond voor zijn lijden en dood: “Vader, laat deze beker aan mij voorbijgaan.” Zijn gebed werd niet verhoord;  maar het werd het begin van een nieuwe toekomst van leven.
God geeft zijn levensgeest aan wie Hem er om vragen, hebben we gelezen in het evangelie. Kunnen we dat geloven? We kunnen het in ieder geval hopen.
Zo is er voor al die lijdenden en rechtelozen, en voor ons de hoop : dat het eens waar zal worden: een nieuwe wereld: een toekomst, nu nog ongezien, waarin niet meer de vraag is waar de hand van God is te zien, omdat we Hem zelf zien, in zijn Aangezicht: allen eindelijk de stralende mensen zoals wij bedoeld zijn vanaf het begin van de schepping.

Moge het eens zo zijn.