Zien en horen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Het is duidelijk dat het de leerlingen bevalt wat zij zien. Dat is waar ze steeds op hebben zitten wachten. Daar staat hij voor hen in kleren die witter zijn dan welke bleker ze kan bleken. Hij was van gedaante veranderd. Zijn kleed was niet alleen maar wit, het glansde. In die glans zagen ze Elia en Mozes. Ze waren totaal verbluft. Ze hadden het altijd wel gehoopt, maar nu zagen ze het met hun eigen ogen. Hun heer in zijn - en daarom natuurlijk ook hun - glorie.

Petrus die bij Marcus de anderen steeds voorgaat in onbegrip stelt voor om iets te bouwen om dit moment vast te houden. Dan, terwijl ze hun ogen aan het uitkijken zijn, en alles in het verhaal visu¬eel is, komt er een stem, die zegt: ‘Luister naar hem'. Ze moeten niet kijken maar luisteren. De hele scène staat bol van de ironie. Ze moeten niet alleen maar luisteren naar degene die ze hier zien glan¬zen en stralen in heerlijkheid, ze moeten luisteren naar iemand die in dit hele verhaal geen woord zegt. Maar hij had wel tot hen gesproken, en hij dat doet dat ook als ze de berg afkomen. Ze hebben geen interesse voor wat hij hen zei en zegt. Ze hebben geen oren voor zijn woorden over de strijd die hij te voeren heeft met deze wereld, en over het lijden en kruis dat dit gevecht hem zal kosten.

Terwijl ze de berg afkomen, vraagt Jezus hun niet te spreken over wat ze gezien hebben, voordat hij uit de dood zou opgestaan zijn. In plaats van hem dan te vragen wat die dood zal betekenen, praten ze daar weer keurig netjes overheen, en vragen elkaar af wat die verrijzenis na zijn dood wel zou kunnen betekenen.

Ze willen best met hem meekomen in zijn glorie. Ze willen niet de weg bewandelen die daarbij gegaan moet worden. Het is niet al¬leen maar een kwestie van onbegrip, het is een kwestie van stugge onwil. Een onbegrip en onwil waarin Petrus hen voorgaat, ondanks een stem uit de hemel die hen ertegen waarschuwt.

Ze blijven steken in het conflict dat er vanaf het allereerste be¬gin tussen hen en Jezus was. Een conflict dat in Marcus' evangelie niet opgelost wordt. Ze zijn zonder meer bereid om hem messias te noemen; ze zijn erg onder de indruk van alles wat hij doet, en nu ook van zijn gedaanteverandering, maar in hun angst weten ze niet hoe te reageren op zijn woorden. Ze zijn eenvoudigweg niet bereid om met hem de strijd tegen deze wereld aan te gaan. De prijs is te hoog.

Ze noemen hem af en toe leraar, maar ze maken hem ver-schillende keren duidelijk dat ze denken het beter te weten dan hij hoe de wereld in elkaar zit. Ze willen hem best messias noemen, ze zijn te vinden voor een genezen mensheid, maar niet voor het proces dat voor een werkelijke genezing van de wereld gevraagd wordt.

Ze zijn geïnteresseerd in roem, eer, en status. Ze hebben een hoge dunk van zichzelf, en menen het vaak beter te weten dan degene die hen uitnodigde hem te volgen. In zekere zin doen ze dat ook. Dat is juist hun moeilijkheid. Hun waarden en oordelen zijn van ‘deze wereld', van ‘deze generatie', maar niet van hem, of van God.

Marcus vertelt het verhaal van hun doofheid en hun gebrek aan inzicht niet alleen maar om daar verslag van te doen. Het is alsof hij ons wil laten zien welke angsten en valse verwachtingen het voor de leerlingen praktisch onmogelijk maakten om juist op Jezus te reage¬ren, of om hem zelfs ook maar te begrijpen.

Marcus heeft daar verdere bedoelingen mee. Hij hoopt dat wij niet dezelfde fout zullen maken. Dat is duidelijk aan het oudste einde van zijn evangelie. Het oudste einde, want er zijn er later minstens twee aan toegevoegd, omdat het einde dat Marcus zijn evangelie gaf niet beviel.

In dat originele einde van zijn evangelie gaan drie van zijn vriendinnen heel vroeg in de morgen naar Jezus' graf. De steen ervoor blijkt bij aankomst weggerold te zijn. In het graf vinden ze een in een wit kleed geklede jonge man, die hun zegt dat Jezus verrezen is, dat hij hen is voorgegaan naar Galilea, en die hun vraagt dit aan de rest van de leerlingen en vooral aan Petrus te vertellen. En dan komt Marcus' slot: de vrouwen geven de boodschap niet eens door.

Zijn leerlingen moeten terug naar Galilea, de plaats waar Jezus zijn tocht begonnen was. De plaats vanwaar wij uitgenodigd worden zijn tocht te beginnen. ‘Luister!'