Wie je eigenlijk bent (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

VERTEL IETS VAN JEZELF!

'n Vriend had een studiedag meegemaakt met collegae-pedagogen over leerplanontwikkeling en andere belangwekkende zaken. “Één ding was ècht leuk”, herinnerde hij zich. Van de hele dag vergaderen had hij één gebeurtenis als waardevol ervaren. De voorzitter had geopend met de opmerking: “Dames en heren we kennen elkaars namen en functies, maar laat iedereen eens iets over zichzelf vertellen dat de anderen nog niet weten.” Dat was leuk. Eentje vertelde dat hij graag kookte. Een ander had een passie voor vlinders. Een derde vertelde dat hij zo kon genieten van zijn kind dat lang achter was gebleven door ziekte, maar nu was elke ochtend samen wakker worden een feest. De volgende had toen over de gewrichtsaandoeningen verteld waarmee zijn vrouw kampte. Iedereen had iets laten zien van wie hij eigenlijk was en dat was veel interessanter geweest dan de  discussie over strategie, eindtermen en toetsen. Wie ben je eigenlijk? Dat is niet je buitenkant.

Er is iemand dood. De familie zoekt een goede foto. Maar er ìs geen goede foto. De ene is te donker, op de ander te jong en op een derde te ziek. Geen enkel beeld laat zien wie hij eigenlijk was. Tenslotte koos men een foto van de tuin. De tuin was zijn trots geweest en hij had er onder geleden, toen hij hem niet meer aankon. In de hoek stond een vette tuinkabouter te grijnzen. Wie ben je eindelijk? Laat zien wie je werkelijk bent?

GRIEKEN IN DE STAD

Er zijn Grieken in de stad. Ze hebben belangstelling voor Jezus van Nazareth., maar durven de beroemde leraar niet zomaar te benaderen. Ze gaan naar Filippus. Filippus is een Griekse naam. “Kun jij voor ons regelen dat we Jezus ontmoeten?” Filippus weet met het verzoek geen raad. Hij gaat met Andreas overleggen. Zo’n gedoe! Dat kan toch niet alleen maar om een handtekening gaan!  Jezus had toch geen ster-allures. Inderdaad. Het gaat om iets anders. Er staat in de tekst ook eigenlijk niet dat ze Jezus willen ontmoeten. Nee: ze willen zien wie hij eigenlijk is. Ze stellen een filosofische, een theologische, vraag. Wie is Jezus eigenlijk? Nu wordt ook duidelijk waarom Johannes Jezus zo’n diepgaand antwoord in de mond legt. “De graankorrel moet in de aarde vallen. De mens moet sterven; ik zal eerst mezelf moeten verliezen en loslaten voordat ik mijn diepste wezen vindt.” Wie is Jezus eigenlijk? De geneesheer die de blinde op de sabbat de ogen opent? Of is hij de gegeselde, vervolgde die Pilatus aan het volk laat zien: “Zie de mens!” Of is hij de droommens in witte kleren op de berg Tabor?

WIE BEN JE EIGENLIJK

Bij een uitvaartdienst probeer je de dode te typeren. Je roept een beeld op. Dat troost. Maar wie is een mens eigenlijk? Dat zullen we nooit weten. Een mens is een heelal van ervaringen en gevoelens. Van angsten om nooit doorstane situaties. Voorpret en nagenieten; dromen over een betere wereld. Huilen in de nacht uit onmacht en vernedering. Hunkering. Onbekende drijfveren, afkomstig uit verre generaties of diep uit het onbewuste. Je weet het niet. Maar pijn en angst horen er zeker bij al blijven die vaak verborgen in het verhaal en op de videobanden.
Nooit vergeet ik dat ene vrouwtje dat overleden was bij de zusters in Heerlen. Er waren geen directe familieleden. Moeder Overste kon me alleen maar vertellen dat juffrouw Hendriks zo’n goed mens was. “Hoe zo, goed?” vroeg ik. “Kunt u daar iets meer over vertellen?” Nou nee dus, dat wist ze niet precies. “Ze was eenvoudig en goed, maar misschien kon de zuster van de afdeling meer vertellen.” In de spreekkamer die naar boenwas stonk verscheen even later een verrassend jonge non met rode wangen. Ze bleef ver van me af in de deuropening staan en hield gedurende het hele gesprek de klink vast. “Juffrouw Hendriks, ze ruste in vrede, ja dat was een heel goed mens geweest. Goed voor iedereen. Altijd.” Meer kwam er niet uit. Ik ging naar huis. Aan mijn bureau begon ik aan de preek, over goedheid en Jezus’ oproep daartoe en dat juffrouw Hendriks zo goed was. “Te goed voor deze wereld”, besloot ik een beetje roekeloos. Familieleden op de voorste bank volgden wat zuur de dienst. Want ja, wie is een mens eigenlijk? Enkele weken later hoorde ik toevallig dat de goede juffrouw Hendriks haar hele vermogen aan het klooster had nagelaten....

STERVEN OM TE LEVEN

Wie is een mens? Waardoor wordt hij gedreven? Dat is een moeilijke vraag. Welke trauma’s en wanhoop gaan schuil achter het donkere onpeilbare gelaat van een vluchteling?
“Ik ga niet naar het mortuarium. Ik wil me mamma herinneren zoals ik haar voor me zie, levendig en actief.” En toch. Haar dode lichaam is ook een kenmerk van mamma. Wie het niet wil zien, weigert iets heel eigens van haar te zien. Van mij mag het. Maar het is toch zo, dat ook de neergang, de vergankelijkheid bij ons wezen hoort. “Mijn ziel is ontsteld. Ik ben radeloos. Ik voel dat ik mijn leven moet loslaten”, openbaart Jezus zich aan de Grieken.
Er is geen andere weg naar het licht dan jezelf uit handen geven. Dan je opofferen. Dat doet pijn. Maar het troost ook. Het zegt dat God er nog steeds is voor ons. Ook wanneer we als zaad sterven in de aarde.

BIJ DE ENGELTJES EN DE KAMELEN

Lieve kinderen. Marc was nog jong. Ik denk zo tussen de twee en drie jaar. Maar de opa van Marc was gestorven. Marc had zijn oma zien huilen. Hij werd er zelf bedroefd van. Hij had haar geaaid en ze had gelachen en zijn handje gekust. Een week later kwam Marc weer bij oma op bezoek. Hij keek nieuws gierig naar de trap en riep “Opa!” “Opa is veel hoger”, zei oma snel. “Opa is bij de engeltjes.” Toen hief Marc zijn wijsvingertje omhoog en voegde er vurig aan toe: “Èn bij de kamelen!” Mark had de kerststal niet vergeten en vond de kamelen zeker zo interessant als de engelen, want die hadden wel vleugels maar geen bulten. Marc was nog te klein om het precies te begrijpen. Maar het belangrijkste had hij door: Het zat wel goed met opa. God zou wel voor hem zorgen.