Geloof, hoop en vertrouwen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 786 niet laden

Lucas beschrijft in het evangelie van vandaag tijden van angst, spanning en geweld. Hij schrijft dit vanuit zijn eigen ervaringen met de onrust uit zijn tijd. Hij heeft gezien wat geweld, onderdrukking en conflicten kunnen aanrichten.
Maar die dingen van zoveel duizenden jaren geleden zijn ons niet vreemd. Wij begrijpen meteen waarover Lucas het heeft, het evangelie kan ons op het lijf geschreven zijn. Wie van ons herinnert zich niet dat tsunami's, aardbevingen en orkanen de mensen de stuipen op het lijf joegen, dood en vernieling zaaiden? Als we de voorspellingen en toekomstbeelden moeten geloven, kunnen we het evangelie evenzeer lezen met oog op de toekomst.

Maar daar wil ik het niet bij houden. We kunnen dit evangelie immers op twee manieren beluisteren.
Op de eerste manier horen wij vooral de eerste helft van het evangelie: de vernieling, de angst en het onheil dat in deze wereld aanwezig is en wellicht zal zijn. Een tweede manier van luisteren vestigt echter de nadruk op het tweede deel van de evangelielezing. Dan horen we woorden van hoop, geloof en vertrouwen.

Misschien zien we wel alleen wat er misgaat en gaan we hierover klagen. Dan laten wij ons verlammen door wat er fout gaat in onze wereld. We besterven het van schrik en spanning. Als we hiervoor kiezen, vertel ik u hier vandaag allerlei doemscenario's. Dat zou gemakkelijk zijn. Het is immers veel gemakkelijker te spreken over wat slecht gaat. Over onheil. Dat kunnen we veel beter benoemen en het lijkt wel alsof we onheil zoveel sterker ervaren dan heil. Ik zou dan kunnen spreken over de grote economische crisis, de vergrijzing van de bevolking of de achteruitgang van onze Kerk. Het is inderdaad belangrijk deze tekenen van onze tijd te zien. Ook de profeet Jeremia zag deze tekenen. Maar hij protesteerde er ook tegen. En hij blijft woorden van hoop, geloof, vertrouwen en verwachting spreken: de tijd komt dat God zijn belofte vervult, dat er rechtvaardig en eerlijk bestuur komt. Wij proberen iets gelijkaardigs ook voor elkaar te doen, als iemands wereld ook dreigt in te storten. Bij ziekte, een ongeval, een overlijden, het verlies van je baan ... dreigt onze wereld ook wel eens te vergaan. En dan hebben we iemand nodig die spreekt over hoop, die ons oprecht doet geloven dat er een uitweg en een betere toekomst mogelijk zijn.

Als we woorden van hoop willen spreken, beste mensen, moeten we ervoor kiezen ook oor te hebben naar het tweede deel van het evangelie. Daar slaat de toon immers om. Dit deel vraagt ons op te staan, om niet te verstenen. Er wordt gesproken van verlossing. Die verlossing zal ons gebracht worden door de Mensenzoon. Het is die Mensenzoon, die wij in deze adventsperiode verwachten. Week na week steken wij een extra kaars aan, als teken van onze groeiende verwachting. Week na week verdwijnt een stukje van onze duisternis. Week na week komt de verlossing dichterbij. Maar die verlossing, die Mensenzoon, komt niet gewoon, zomaar. Jezus vraagt van ons dat we waakzaam zijn en dat we ons voorbereiden. Daarom noemen we de Advent bewust een periode van verwachten en niet van wachten. We vieren niet zomaar een verjaardag. We tellen niet gewoon passief af naar Kerstmis. Advent is wel reikhalzend uitkijken naar nieuw leven en ons hierop zo goed mogelijk voorbereiden. Paulus zou het hier hebben over de oproep om elkaar lief te hebben. Liefde is de dragende kracht van het Rijk Gods. En pas als wij elkaar beminnen, kunnen wij God beminnen. De Advent is dan ook een periode van groeiende liefde. Liefde voor elkaar, bijvoorbeeld in de campagne van Welzijnszorg die tijdens deze adventsperiode weer gevoerd wordt. In die campagne vragen we bewust aandacht voor wie het minder goed heeft in onze samenleving. We vragen onze liefde voor elkaar te laten groeien. Ook onze liefde voor God wil groeien tijdens de advent, door naar zijn komst uit te kijken en Hem gastvrij te ontvangen, ook in elkaar.

Maar wat moeten we ons nu eigenlijk voorstellen bij die komst van Christus? Elk jaar opnieuw vieren we dat Jezus naar onze wereld is gekomen. Daarom vieren we op kerstdag zijn geboorte en kijken we hier tijdens de advent hoopvol naar uit. We weten immers dat zijn geboorte, leven en dood van grote betekenis zijn. Maar op deze eerste adventsdag kijken we samen met Lucas, nog verder uit, namelijk naar zijn tweede komst. Het is ook die komst en die heerschappij die we vorige week vierden bij Christus koning: het oude liturgische jaar loopt dus voort in het nieuwe, dat we vandaag inzetten. Vandaag kijken we dus niet alleen maar uit naar de komst van het kleine kindje Jezus in de kribbe. We verlangen ook oprecht naar de komst van de Heer, naar de vervulling van Gods belofte.
Als Christus voor de tweede keer komt, zal onze hoop op de transformatie van de wereld gestalte beginnen krijgen. Dat wil zeggen dat de wereld zoals wij die vandaag kennen zal eindigen, maar dat er tegelijk een nieuwe wereld zal ontstaan en bloeien. In de voorspelling van zijn definitieve komst, wil Jezus ons dus eens te meer zeggen dat er steeds iets nieuws komt na alle donkerte. Wij mogen geloven en vertrouwen dat het onrecht niet het laatste woord zal krijgen, ook al leven we er zo vaak midden in.

En, beste mensen, advent is nu in die spanning gaan staan. De spanning tussen donker en angst enerzijds, en licht en vreugde anderzijds. We staan hier in de spanning tussen heil en onheil. Advent vraagt ons te hopen op een toekomst, maar toch het lijden ook ernstig te nemen. Het is ook zelf werken aan de komst van Gods Rijk en tegelijk inzien dat wij het niet alleen kunnen. Daarom blijft advent ook steeds hoopvol uitzien naar de geboorte of menswording van Jezus, die meer dan wij ook handen, voeten en een stem kan geven aan God.
Ik hoop dan ook dat advent voor jullie, voor ons, niet alleen de donkerste tijd van het jaar is. Ik hoop dat het net in die tijd een periode is, waarin we elke dag meer licht brengen. Een periode waarin we licht voor elkaar zijn. En een periode waarin we samen hoopvol uitkijken naar het vreugdevolle licht van Kerstmis. Ik wens het jullie allemaal van harte toe.