Advent (C)

Tegenwoordig hangt in alle kerken wel een adventskrans en het zou een mooie gewoonte zijn als er ook eentje in ieder huis zou staan. Al zouden de kaarsjes maar branden op zondag en bijvoorbeeld tijdens de gezamenlijke maaltijden, dat zou heel mooi zijn.

Het verschijnsel van de adventskrans is eigenlijk nog niet zo heel oud. Hij werd voor de eerste keer opgehangen in de Duitse plaats Hamburg in het jaar 1839, toen een priester in een weeshuis samen met de kinderen de advent wilde vieren.

De adventskrans spreekt alle mensen aan, de kleinen en de groten. Hij werkt als het ware als een spel, waarin verteld wordt hoe lang het nog duurt voordat het Kerstmis is.

Maar de adventskrans kan ons ook wat leren. Ze wordt altijd gemaakt van groene takken, vaak dennentakken, want dat is bijna het enige groen in de winter en groen is een teken van hoop en van nieuw leven. Zoals de sluimerende natuur in de lente tot nieuw leven zal komen, zo brengt Jezus ons het nieuwe, eeuwige leven. De groene takken wijzen ons reeds op de kerstboom.

De adventskrans heeft de vorm van een ring. De krans zonder begin en zonder einde spreekt van Gods eindeloze eeuwigheid, waarin wij door het geloof worden opgenomen. De redding wijst op een verbondenheid en liefde, op eenheid en voltooiing. Bij de geboorte van Jezus sluit God een nieuw verbond met de mensen: God wordt één met de mensen, wij zijn samen één grote familie.

De adventskrans draagt tenslotte vier kaarsen, voor elke zondag van de advent één. Een kaars geeft licht en warmte. Met elke nieuwe kaars groeit het licht, het wordt helderder. Zo zijn de adventskaarsen zijn een teken van het ware licht in de duisternis. Dit licht is Jezus, die zelf heeft gezegd: “Ik ben het licht van de wereld”. Jezus Christus komt met Kerstmis, om iedere mens te verlichten, Hij is het licht, dat geen ondergang kent.

De vier kaarsen, lieve mensen, vormen vier stappen, die wij doen naar het licht. De eerste stap doet God zelf naar ons toe. Aan het begin van het geloof staat immers het heilshandelen van God. Johannes, de evangelist, zegt aan het begin van zijn evangelie het volgende: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en dat Woord was het licht der mensen”. Gods weg naar ons, dat is de eerste stap.

De tweede kaars, de tweede stap, mag ons doen denken aan Jezus Christus. Hij is tot ons gekomen. In hetzelfde Johannesevangelie staat: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond”. Jezus wijst ons de weg door de duisternis van het leven. Wie Hem volgt, zal niet dwalen in de duisternis.

Het derde kaarsje spreekt van ònze weg naar God: “Zie, Ik sta voor de deur van je hart en klop, als jij opendoet, dan ... kan Ik binnenkomen. In deze adventstijd, beste medegelovigen, willen wij ons hart vrijmaken van schijnwaarden, die in het leven geen licht geven, die eerder duisternis bewerken, zoals hebzucht, heerszucht en eerzucht. Wíj willen ons openstellen voor het licht van Christus om op onze beurt lichtdragers te worden in deze wereld.

De vierde kaars tenslotte zegt ons, dat de stap naar het licht van Christus ook een stap moet zijn naar onze medemens. Wij willen Gods droom over de wereld werkelijkheid laten worden door onze inzet voor de gerechtigheid, de vrede en de heelheid van de schepping.

In zijn boek ‘Jezus van Nazareth’ deel I wijdt paus Benedictus XVI het derde hoofdstuk aan het ‘Rijk Gods’. Hij schrijft daarin - na gekeken te hebben naar enkele verkeerde opvattingen en enkele goede, maar te beperkte meningen - dat het ‘Rijk’ waarover Jezus spreekt vooral zijn nabijheid inhoudt, Jezus’ eigen nabijheid. Het is daardoor dat deze tijd een tijd van boete en bekering is en ook een tijd van vreugde, een tijd waarin God handelt, zoals Hij dat deed bij de schepping en alles mooi en goed maakte. Aardse macht is niet belangrijk, schrijft de paus, maar van groot belang is wel de liefde tot het uiterste.

Een eenvoudige manier om een stukje liefde te tonen is meedoen aan de ‘kerstgroetenactie’ van Amnesty International. Dit weekend van 8 en 9 december houdt Amnesty een kerstgroetenactie. December is traditioneel de maand waarin mensen elkaar groeten sturen. Wij noemen het Kerst- of Nieuwjaarsgroeten. In Amerika Seasons Greetings. Op veel plaatsen in de wereld krijgen mensen helemaal geen kaartje, of wat voor groet dan ook. Mensen, die in de gevangenis zitten en niet meer weten, dat er buiten die gevangenis nog aan hen gedacht wordt. Hen kunnen wij een kerstgevoel geven door na de viering even langs de tafel van Amnesty te lopen. Jezus zegt in het evangelie van Matteüs: “Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht”. Welnu, dit is een heel eenvoudige - en heel veilige - manier om een gevangene te bezoeken. Van harte aanbevolen.

Nog een laatste les van adventskrans: de paarse kleur van de linten rondom het groen spreken van de boete, die wij van onze kant toch wel moeten doen om deel te krijgen aan Gods beloften over het Nieuwe Verbond, het nieuwe leven. Wij vieren de advent als een feest van het Nieuwe Verbond, dat God met de mensheid wil sluiten. Als dit kaarslicht brandt in de langste nachten van het jaar, dan is dat een teken van de hoop, dat de duisternis niet zal blijven, maar dat de nieuwe lente reeds geboren wordt bij de opgang van de nieuwe zon, dat is Jezus Christus.

Wij hebben het voorgaande jaren eigenlijk nooit gedaan, maar het is mogelijk om de adventskrans ook te zegenen. Laten we dat nu samen gaan doen. Misschien dat we even kunnen gaan staan.

“Eeuwige God, Gij laat de mensen in hun zoeken naar leven en vreugde niet alleen. Daarom richten wij bij het begin van deze adventstijd onze ogen op U, van wie wij alle goeds verwachten. Wij vragen U, zegen deze krans en deze kaarsen. Zij zijn een teken, dat Gij de Eeuwige zijt, U immers behoort de tijd en de eeuwigheid. Deze krans is een teken van het leven, dat wij van U verwachten, een teken dat Gij het licht zijt, dat alle duisternis zal verdrijven. Geef, dat wij elkaar meer liefhebben en U met nieuwe ijver gaan zoeken. Dat vragen wij U door Christus, onze Heer. Amen.”