Een schaap leert ons vorderen en steunen

3e zondag van de Advent  Cyclus C 2012 (16.12.)                         Fil 4, 4-7

                                                                                                                        Lc 3, 10-18 

- Een schaap leert ons vorderen en steunen - 

Beste vrienden, 

Het hele gebeuren aan de Jordaan geeft toch wel een beeld van “verandering en van spanning” weer. Hoe hoorden we het daarnet ook weer: “Het volk leefde in gespannen verwachting”. Ja, in die tijd begaven zich ganse mensenmassa’s op weg – uit alle lagen van de bevolking. Meestal op de vlucht voor de gehate Romeinse bezetter. En al die mensen droegen die verwachting met zich mee. De verwachting van iets nieuws, van een nieuwe wereld en van iemand die de donkere wolken van de bezetting en al de miserie die de oude wereld kenmerkte, zou verwijderen. Al dat zoeken en vragen van de mensen bundelt zich uiteindelijk in de hoop op de komst van de Messias, de door God gestuurde redder en bevrijder. Het is verbazingwekkend hoe Johannes de doper erin slaagt om die verwachting in de mensen te wekken en haar aan te wakkeren. Want we moeten zonder nijd erkennen dat hij daarin zeer goed is geslaagd. Een adventsverwachting ligt in de lucht, je kan haar tussen de regels aanvoelen.

Nu zijn ook wij aangestoken door die adventsverwachting en ook wij staan klaar om op weg te gaan. En toch spookt nog steeds die vraag door mijn hoofd: waar wachten we eigenlijk op? Welke verwachtingen hebben wij eigenlijk van de advent? Wat ik soms hoor aan verwachtingen klinkt meestal als volgt: “ ik zou eens graag een uurtje tot mezelf kunnen komen, kunnen bezinnen, tot rust komen. Ik wens me mooie ontspannende kerstdagen zonder stress“. Anderen daarentegen zoeken het eerder iets feestelijker, stemmiger – met de geur van vers gebakken brood en koekjes. en dat kan ik u hier, vandaag, zelfs met de beste wil niet leveren.

Maar, als ik helemaal eerlijk ben is dat voor mij toch te weinig; er ontbreekt voor mij nog iets, iets fundamenteels. Iets dat mijn eigen persoonlijke situatie en het eigen welzijnsgevoel overstijgt en de wereld in zijn geheel in de blik heeft. Die wereld met al haar onrechtvaardigheid, met al haar problemen en met haar onrechtvaardige structuren. Want blijven wij in onze adventsverwachting dikwijls niet te veel steken in onze privé verwachtingen?

De mensen van toen wisten dat het op hen en op hun houding aankwam als ze iets fundamenteels wilden veranderen. Daarom vinden we in het evangelie drie keer de vraag: „Wat moeten we dan doen?” Het is duidelijk: het gaat hier om beslissingen voor het ganse leven, om elementair belangrijke vragen. Niet om vragen zoals: „wat zou ik aantrekken vanavond“ of “waar gaan we eten vandaag?” Neen, hier staat het leven zelf op het spel; of dat leven een succes wordt of een mislukking. En juist op die vraag verwachten de mensen een klaar en duidelijk antwoord van Johannes. En Hij blijft hun dat antwoord ook niet schuldig. Het zijn wel hoge eisen die hij stelt, maar de omstaanders worden ook zeker niet met onoplosbare problemen geconfronteerd.

Wie echter verwacht had dat hij er met een goedkope troost van af zou komen zo naar het motto: „Gij zijt O.K., blijf maar zoals ge zijt“, die beleeft wel een onaangename verassing. Johannes vergt veel, hij stelt hoge eisen, maar hij stelt ze niet te hoog. We horen van Hem geen algemene afwijzing, zelfs niet van de meest gehate beroepsgroepen zoals soldaten en tollenaars, die doorgaans als collaborateurs en sympathisanten van de Romeinse bezetter golden. Nuchter en zonder omwegen draagt Hij hen op wat ze te doen hebben: eerlijk verdelen, aandacht voor de zwakkeren, eerlijke prijzen, eerbied voor de menselijke waardigheid. Zonder omwegen komt hij ter zake: de wereld verlangt naar het heil, naar gerechtigheid en naar vrede. En dat zal door de Messias allemaal worden vervuld. Maar daartoe heeft die Messias mensen nodig die Hem daarbij helpen.

En als we even naar onszelf kijken, wat zouden wij dan als antwoord krijgen op de vraag: „wat moeten wij doen?” Misschien ook wel zeer nuchter en zonder omwegen: „Onderzoek je consumentengedrag, je eisen, je pretenties en je uitgaven. Wees toch eens tevreden met datgene wat je hebt en klaag er niet altijd op dat hoge niveau over hoe je zou willen dat het je nog beter gaat. Denk toch liever eens aan diegenen die het niet zo goed hebben als jij”! Of ook: „ Neem ook die mensen in je omgeving of in je familie eens waar die het momenteel misschien niet zo goed hebben. Ontwikkel de kracht en de fantasie om ook hen te ontmoeten en te helpen. Onderzoek hoe jij je gedraagt tegenover je naaste buren, let op de klanken en ook de tussenklanken die jullie dagelijks in jullie omgang laten horen. Welke klanken zijn mooi en harmonisch? En welke klanken maken de andere doof?”

Johannes wil noch de mensen van toen, noch ons vandaag met te hoge eisen confronteren, maar het gaat er hem hoofdzakelijk om dat het goede in ieder van ons verder wordt ontwikkeld. Dat gaat echter niet zonder waarachtigheid en het werkt ook niet wanneer ik de moed niet heb om daar waar het nodig is, ook eisen te stellen aan mezelf.

De mensen van toen leefden in de verwachting van de Messias; de Messias, die ook in het oude testament reeds werd omschreven als de goede herder. Waar Johannes er eerder toe neigt om alles wat niet overeenkomt met Gods voorstelling van de mens en zijn wereld radicaal uit te roeien, is de goede Herder toch eerder diegene die niet komt om de verdorven mensheid met vuur en zwavel uit te roeien en dan opnieuw te beginnen, maar eerder diegene die met veel geduld elk van zijn schapen en lammeren van dichtbij opvolgt, het goede in elk van hen bevordert, hun zwakheden benoemt en hen op die manier tot omkeer uitnodigt. De goede herder buit zijn schapen niet uit voor meer profijt; hij verwent hen ook niet en laat niet alles begaan, maar hij eist veel van hen en helpt hen ook vooruit: hij kent de zwakheden en de grenzen van elk van hen en helpt hen telkens weer op de been wanneer het nodig blijkt.

Jullie hebben het al gemerkt; vandaag is het een schaap dat ons op de weg naar kerstmis wil begeleiden. En zoals de herder een levensbelangrijk interesse aan zijn schapen heeft omdat ze hem ter harte gaan, zo heeft God ook een interesse aan ons, omdat wij Hem ter harte gaan. Zonder twijfel: God zou snellere en efficiëntere wegen kunnen vinden om de wereld te redden. Maar omdat Hij ieder van ons zo hartstochtelijk liefheeft heeft Hij deze weg gekozen. En misschien is juist dat het geheim van de advent, mijn persoonlijk verwachting voor deze tijd: Dat ik zelf altijd weer zou mogen erkennen dat het bij God nooit om efficiëntie, maar altijd om liefde gaat.

Daarom geven we nu, op deze derde zondag van de advent, het laatste woord aan één van de schapen van toen:

„Wij schapen worden overal als dom aanzien; maar ik voel toch duidelijk aan dat er hier iets gebeurt. En er moet ook iets gebeuren, want zo kan het niet verder gaan. Iedereen klaagt alleen nog maar. Als ge de herders bij het kampvuur hoort: ze klagen allemaal – het gaat allemaal de berg af. En sinds de Romeinen hier de baas zijn is het nog erger geworden. Iedereen roept naar een sterke hand die alles zal veranderen. En dan herhalen ze bij het vuur de belofte van de oude profeten: Als de nood het grootst is, stuurt God de Messias. Reeds sinds eeuwen werd door hen verkondigd: „In het midden van de nacht straalt een helder licht; een kind wordt ons geboren, een zoon wordt ons geschonken.” En nu is het toch wel de diepste nacht! Onze herders zien alleen nog maar duisternis. Nergens nog een streepje licht.

Die stellige beloften van de profeten bevallen me wel. Want ze hebben ook voorspeld dat de Redder die komt een goede herder zal zijn. Is dat niet sympathiek? Tenslotte weet ik aan den lijve wat een goede herder waard is! Ik heb al veel meegemaakt. Als ge een slechte herder hebt, dan gaat het je slecht. Die bekommert zich niet om je als je niet kan volgen. Wanneer je ziek of gekwetst bent moet je zelf maar zien dat je weer op je poten kan staan. Of hij slaat je met zijn stok en laat je liggen; lekkere beetjes voor de wolf. Maar een echt goede herder, die verzorgt en verbindt je wonden; die bekommert zich liefdevol en zorgzaam om de gekwetste dieren. Als er verdwaald zijn gaat Hij hen achterna en zoekt ze. En als er eentje helemaal uitgeput is, dan draagt Hij het op zijn schouders. Zo zal ook de Messias zijn, zeggen de profeten. Iemand die erop toeziet dat de wonden van het leven ons niet zo zeer kwetsen dat we eraan kapot gaan. Niemand gaat verloren want wij behoren tot zijn kudde. Dat is toch wel super hé – of niet? Ik zou er echt bij willen zijn wanneer die redder komt. Hoe zal het dan zijn? Zal Hij dan nog wel ogen hebben voor een arm schaap zoals ik? Ik denk het wel! En daarom verheug ik me er zo op!!

Amen