God binnen de muren (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden

"Wees blij, probeer het goede te doen, en laat de mussen maar tsjilpen."

Dit is een gezegde van onze goede paus Johannes XXIII; die paste helemaal bij hem, maar ook bij het thema van vandaag: wees blij, doe het goede.

Er is verband tussen die twee: blijheid, geluk, is gekoppeld aan het goede doen; het goede doen brengt blijheid teweeg bij de ander en bij mijzelf.

 

In het evangelie stellen mensen aan Johannes de Doper de vraag: wat moeten we doen? Wat moeten wij doen om gelukkig te zijn? Hun vraag is ook onze vraag: weg van verlangen. Drie keer vragen mensen, in heel concrete, voorstelbare situaties uit het dagelijks leven: wat moeten wij doen? Zij krijgen antwoord van Johannes: jullie hoeven geen bijzondere uitzonderlijke dingen te doen; jullie moeten de gewone dingen, waar jullie voor staan, goed doen: jullie soldaten, die in een positie van overwicht tov. de bevolking verkeert, vanwege het wapen dat je in je handen draagt: misbruik je positie niet, pers mensen niet af. Jullie ambtenaren, die tot taak hebt om belastinggeld op te halen: wees eerlijk, vraag mensen niet meer dan ze kunnen opbrengen en dan is voorgeschreven, en steek het geld niet in je eigen zak. Johannes vraagt van de mensen niet iets groots, iets ongewoons; hij vraagt hun niet om met hem de woestijn in te gaan; wat hij van hen vraagt, sluit aan bij de gewone levenssituatie van mensen. Doe dat, waar je voor staat, goed. Voor alle mensen geldt: Doe het goede, deel met elkaar het leven, deel met elkaar wat voor het leven nodig is, voedsel, kleren. Wanneer je dat doet in je dag-en-dagelijks leven, wanneer je attent bent op die kleine gewone voor de hand-liggende-dingen, dan ligt geluk om de hoek, voor de ander, maar ook voor jezelf. En waar dat gebeurt tussen mensen, is God aanwezig, is God binnen de muren.

 

Afgelopen zondag was er een aansprekend programma op TV, dat hiermee te maken had. Aan buitenlandse vrouwen werd de vraag gesteld: je bent hier in Nederland gekomen als vluchtelinge, met kind of met kinderen, hoe heb je het financieel weten te rooien sindsdien? Een vrouw van rond de 40, uit Sri Lanka meen ik, vertelde dat ze al die jaren zich niets extra's had kunnen permitteren. Zij vertelde, dat zij altijd het hele jaar door spaarde om haar kind telkens een onvergetelijke verjaardag te geven: oma en opa op bezoek en een taart met zoveel kaarsjes. Zij vertelde - en het was te zien - dat zich-alles-moeten-ontzeggen voor het geluk van haar kind ook haar grootste geluk was. En toen vertelde haar dochter die naast haar zat, inmiddels een tiener, dat zij begreep wat haar moeder zich altijd had moeten ontzeggen voor haar en hoe gelukkig zij altijd was geweest op haar verjaardag; en dat zij nu - nu ze naar school ging - zelf wat mocht verdienen. Zij spaarde, om haar moeder nu - na al die jaren - mee uit te kunnen nemen naar een uitvoering in de schouwburg. Ik zag tranen in de ogen van alletwee. In wat hier gebeurt, is God aanwezig; God is binnen de muren van hun huis.

 

Waren dat grootse bijzondere dingen? Helemaal niet; iemand die er geen oog voor heeft, ziet eraan voorbij. Het grootse en het bijzondere zat in het zo omgaan met de concrete levenssituatie, waarin je verkeert.Die mogelijkheid ligt ook op ons bordje, wie we ook zijn, waar we ook zijn, wat ook onze taak is. Goed doen in de situatie waarin wij ons bevinden; simpelweg zo goed als God zijn. Dat genereert geluk bij de ander; dat genereert geluk bij mijzelf. Waar dat gebeurt is God aanwezig, binnen de muren.

 

Dat zijn de rechte verhoudingen waar de Tora over spreekt. De evangelisten vatten de Tora samen in twee citaten: "Je zult de Heer uw God beminnen met heel je hart, met heel je ziel en met al je verstand; en je naaste zul je beminnen als jezelf." Het is vooral de evangelist Lucas die aan dit tweede heel concreet handen en voeten geeft: oog hebben voor, respect hebben voor de noden en behoeften van anderen; denk aan hun kwetsbaarheid, aan het eten en drinken, dat ze nodig hebben; aan het levensonderhoud waarin ze moeten voorzien; besef dat je dit zelf ook nodig hebt en gun het daarom de ander; leg het er niet op aan om zelf beter te worden ten koste van anderen. Dat zegt Johannes aan degenen, aan de tollenaars en soldaten, die hem vragen wat zij moeten doen: drijf de prijs niet op, jullie; pers de mensen niet af, jullie; maak geen misbruik van jullie positie; deel het leven met elkaar.

 

Op kleine schaal, tussen mens en mens, is dit nog wel te bevatten en hanteerbaar; ik kan er mij iets bij voorstellen; ik kan er op dit niveau naar handelen. De ander niet afpersen is duidelijk, maar hoe ligt dat op grotere schaal? Wat is bij voorbeeld een rechtvaardige inkomenspolitiek?

Een rechtvaardige prijs vragen is duidelijk, maar hoe ligt dit op grotere schaal? Zien wij dat, wat wij hier in het Westen doen, verbonden is met het lot van mensen aan de andere kant van de wereld? Zien wij dat onze rijkdom wel degelijk alles te maken heeft met hun armoede?

 

Hoe dan ook, wezenlijk is en blijft het punt dat Johannes maakt: verbind je met het lot van anderen; maak het lot van anderen tot iets dat jou raakt; laat de kwaliteit van menswaardigheid van het bestaan van de ander iets zijn dat jou raakt. Solidariteit noemen we dat. Zou het iets zijn om met deze gedachte in ons hoofd naar de producten van de wereldwinkel te kijken?

 

Ja, waar mensen dat doen, is God binnen hun muren. En waar God binnen de muren is, heerst vrede, geluk en blijheid. "Wees blij, probeer het goede te doen en laat de mussen maar tsjilpen."