Vierde zondag van de advent (2006)

Beste dorpsgenoten,

Wat fijn dat u daags voor kerstmis, op zich een heel drukke dag, hier wilt zijn om mee te maken dat de vierde kaars op de adventskrans wordt aangestoken, ter afsluiting van een bijzondere tijd. En we zullen elkaar hier nog wel vaker treffen in deze drie dagen.

Het evangelie dat ik u heb voorgelezen begon met het zinnetje: "In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland, naar een stad in Juda." Die woorden "met spoed" pakten me. Ze deden me niet denken aan Maria maar aan de tractors die hier in sommige seizoenen met spoed voorbij denderen, de hele dag door. Het zijn van die hele grote tractors waar kleine jongetjes van dromen. Als ik ze zie en hoor dan gun ik de bestuurders een dagje rust. Zondagsrust. Want op zondag vallen ze mij het meeste op.

Maar dat zit er niet aan! De Maas-en-Roerpost van de afgelopen week legt het uit: "Als moderne mensen hebben we grootse plannen met onszelf. We kennen nauwelijks nog bescheidenheid. We willen alles hebben, alles meemaken, alles worden. Het liefst nu, direct. Uitstel van behoeften is zonde van de tijd. En alleen het beste is goed genoeg. Een middelmatig bestaan vinden we suf, is een teken van onvermogen en mislukking. Iedereen lijkt bezig te zijn met geld, macht en aanzien....In een tijd waarin succes de norm is, is de kans te mislukken groot. De eigen grenzen komen scherp in beeld." Tegen een dergelijke achtergrond, met zulke eisen en verwachtingen, is niet alleen spoed maar zelfs de grootste spoed absoluut noodzakelijk.

Nu weer naar Maria. Ze reisde met spoed, niet om haar heel snel voertuig uit te proberen of te laten zien. Waarom dan wel? Dat staat er niet met zoveel woorden maar als we goed lezen wordt het wel overduidelijk. Als we het hele verhaal lezen weten we dat Elisabeth, de nicht van Maria, al zo oud was dat ze geen kind meer verwachtte en nu was ze toch in haar zesde maand. Maria kwam dus om haar nicht wat te helpen in die laatste drie maanden.

Maar nog voordat Maria haar handen had kunnen uitsteken, horen we Elisabeth zeggen: "Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt? Zodra ik uw groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot."

Maria bezocht haar nicht Elisabeth bovenal om haar eigen vreugde en haar eigen geluk met haar nicht te delen, niet alleen om haar te helpen bij het huishouden.

Ergens anders heb ik gelezen dat welvaart niet automatisch bijdraagt aan ons geestelijk welbevinden. Men kan zich wel de rijkste van het dorp noemen maar boven een bepaalde grens draagt inkomen niet meer bij aan menselijk geluk. Men kan alleen de buren laten zien dat men meer heeft en zich meer kan permitteren. Maar dat maakt jou niet gelukkiger. Alleen de buurman wordt er ongelukkiger van.

En toch willen we vooruit, we moeten groeien want stilstand is achteruitgang. We zijn als mijn katten: ze krijgen genoeg te eten en toch moeten ze met grote spoed achter een vogeltje of een piepklein muisje aan. Dat kunnen ze niet laten. Dat zit in ze.

Waar moeten we dan voor zwoegen of waar moeten we dan naar verlangen als we alles al hebben? Is er nog wel een ander doel?

Economen, die wat modern durven te denken hebben het antwoord: We zijn op zoek naar een nieuwe valuta, niet meer de gulden of de euro of de dollar. De nieuwe munt heet: geluk, vreugde. En die laten zich niet als geld of een hoop suikerbieten ophopen. Geluk en vreugde zijn als water in een communicerend vat: water kan niet op een hoop staan. Ze staan overal even hoog of even laag.

Zou dat waar zijn? Dat we op weg zijn naar een wereld waar vreugde en geluk groter waarde krijgen dan ons inkomen?

Zou kerstmis een verkeersbord kunnen zijn dat ons de richting aangeeft?

Dat het zo moge worden.