Is geloof vrouwenwerk?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het verhaal van het bezoek van Maria aan Elisabeth is het prachtige verhaal van de ontmoeting van twee vrouwen, die in verwachting zijn. Het is een verhaal dat helemaal uitdrukt wat advent is: verwachten, uitzien naar de toekomst. En in de manier waarop Elisabeth Maria begroet, blijkt op een krachtige manier ter sprake te komen hoe de mens verantwoordelijkheid draagt voor bevrijding en gerechtigheid. De zegen waarmee Elisabeth Maria begroet, en het lied waarmee Maria die groet beantwoordt: het speelt allemaal in op die advent en het wonder van de menswording, dat deze vrouwen aan den lijve ondervinden.
Maria en Elisabeth: zij gooien in dit verhaal werkelijk hun troeven op tafel. En elk van beide met hun nog niet geboren kindje in de schoot, vormen zij een prachtig 'klavertjevier', en kunnen zij dus van geluk spreken - wat ze dan ook uitvoerig doen in dit evangelieverhaal.

Een vrouw, een meisje nog, voelt het leven van haar kindje in zich en staat op. Ze staat op en gaat - dat zijn twee zeer krachtige woorden uit het bijbelse woordenboek. Ze vertrekt met spoed naar het bergland, op zoek naar een andere vrouw, een oudere vrouw. En die twee ontmoeten elkaar. Twee vrouwen die waarschijnlijk met de nek aangekeken werden, omhelzen elkaar. Ze zijn allebei tegen elke verwachting in in verwachting, voelen nieuw leven in zich en moeten geweten hebben dat daarmee alles anders zal worden.
Elisabeth, de oudere vrouw waar dat jonge meisje naar toe gaat, was gehuwd maar had nooit kinderen gekregen. In die tijd was dat reden genoeg om openbaar bespot te worden. Nu is ze eigenlijk te oud om nog een kind te krijgen, maar had God de oude Sara ook niet op late leeftijd een zoon geschonken? Voor God is niets onmogelijk.
Twee uitzonderlijke vrouwen zijn op een uitzonderlijke manier in verwachting. In hun positie lachen en zingen ze met heel hun lichaam en heel hun geest, met alles wat ze in zich dragen. Alles zal anders worden! Hier is God bezig. En Maria zingt haar Magnificat, want voor God is niets onmogelijk...

Maria stond op en ging met spoed naar het bergland. Opstaan? Waar hebben we dat woord nog gehoord? Klinkt dat niet naar Pasen? Naar opstanding? Verrijzenis? Is dat kleine tiener-meisje uit Nazaret een opstandige vrouw?
Het klinkt niet zo vertrouwd in onze oren, maar Lucas heeft haal wel zo beschreven. Maria stond op en ging op weg naar Elisabeth. Ook dat werkwoord 'gaan' is zeer oud en zeer Bijbels. Het is het werkwoord dat meteen aan Abraham doet denken, die immers geroepen werd om weg te trekken uit zijn land, en om te gaan naar het land dat Jahwe hem tonen zou... 'Gaan' is dan ook in de bijbel altijd een werkwoord dat met geloven te maken heeft, op weg naar verlossing, op zoek naar vrijheid en écht leven...
Op het moment dat die twee vrouwen, Maria en Elisabeth, elkaar ontmoeten, begint het kind in de schoot van Elisabeth te bewegen. En Maria, zonder kroon en zonder mantel, zingt, juicht met alles wat ze in zich heeft. Ze spot met de grote machthebbers. Ze roept het uit dat God naar kleine mensen toe komt en hen op de troon zal zetten. Alle rollen worden omgedraaid. Zonder scrupules plaatst Maria haar eigen ervaringen, samen met Elisabeth, in de lijn van de grote geschiedenis van het volk Israël. De Heer zal in dit kind laten zien dat het kleine volk, dat steeds onderdrukt en vervolgd en vertrapt is door vreemde machthebbers, er mag zijn. Niets blijft meer op zijn plaats. God schept nieuwe verhoudingen, en wie daarvoor openstaat mag van geluk spreken.

De reactie van Elisabeth op de komst van Maria wordt door Lucas als volgt weergegeven. 'Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. Gelukkige vrouw, die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan'. Volgens de joodse Bijbelvertaler André Chouraqui betekent 'gelukkig' hier: de gelukkige zekerheid van iemand die weet dat hij op de goede weg zit. Hij vertaalt dit vers dan ook als volgt: 'En nu vooruit! Rechtdoor op de ingeslagen weg!' Wat verderop in de tekst zingt Maria haar Magnificat: 'Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig'. Volgens Chouraqui is dit te vertalen als: 'En zie, vanaf heden zegt elk geslacht mij: en nu vooruit!'.
Dat geeft aan dit verhaal een wending, die ook het beeld, dat velen van Maria hebben, een ander aanzien kan geven. Geen zeemzoeterige Maria, die gedwee en gehoorzaam doet wat haar gezegd wordt. Wel een Maria die weet en voelt dat ze op de goede weg zit, de weg naar het geluk. Zij weet van verlossing en bevrijding, en laat haar door niemand uit het veld slaan. Haar kind zal 'Jeshoua' heten, Jezus, en dat betekent zoveel als: Hij die redt. God redt haar in het kind, dat redder van velen zal zijn.
Maria stond op. Zij was de eerste die de Bijbelse boodschap wist te verkondigen. Ze keek daarbij niet deemoedig op naar de rijken, de machthebbers of de keizer van Rome. Ze keek gewoon recht voor zich uit en stond met beide voeten in haar eigen realiteit. Zo probeerde zij op haar manier de droom van God een beetje werkelijkheid te laten zijn: door van op afstand waakzaam aanwezig te zijn bij alles wat haar zoon Jezus deed, door niet weg te lopen als het moeilijk werd, door er bij te zijn tot het bittere einde. Om zoiets vol te houden moet je wel gelovig zijn.

Het evangelie van Lucas vertelt ons verderop dat Maria tijdens haar leven ook gaandeweg om zich heen heeft leren kijken. Naar al die verkrampte, vergeten, machteloze vrouwen en mannen, die haar zoon kwamen opzoeken. En zij heeft van Hem geleerd: voor al die kleine mensen is opstanding nodig. Reeds van bij het begin verdringt zich rond de kribbe van Kerstmis een stelletje ongeregeld: herders met wat verloren schapen, het schorremorrie rond de voederbak (schorremorrie is het Hebreeuws voor 'ossen en ezels'). En ook later, op zijn weg naar Jeruzalem, de stad-van-de-vrede: tollenaars, zondaars, prostituees, zieken en bezetenen. 'Voor hen is het koninkrijk van mijn Vader', zei Hij haar telkens weer. En zij geloofde.
Als ik christen wil worden, en iets van opstanding en bevrijding wil proeven, dan zal ook ik in eerste instantie om mij heen moeten leren kijken. 'En nu vooruit! Rechtdoor op deze ingeslagen weg!'. Misschien kom ik op deze weg enkele vrouwen tegen, eenvoudig, verwachtend de advent, opstanding vechtend tegen alle man-en-macht. Misschien kom ik op die weg die Man van Nazaret tegen, die stil houdt bij mensen die niemand zijn... Misschien begin ik zelf wel op te staan en te gaan, word ik opstandig tegen alles wat mensen klein maakt en uitsluit? Misschien ontdek ik bij mezelf een nieuw begin van leven?

Het verhaal van de ontmoeting tussen Maria en Elisabeth eindigt met een opmerkelijke mededeling vanwege Lucas: 'Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze naar huis terug'. Dat was dus niet zomaar een snelle koffievisite, daar in het bergland van Judea. Het was een echte ontmoeting. Drie maanden stonden Maria en Elisabeth als vrouwen dicht bij elkaar. Ze bleven elkaar trouw in alle veranderingen, die hen te wachten stonden. Dat is meer dan een vluchtig beleefdheidsbezoek. Dat is het begin van een bondgenootschap. Maria en Elisabeth gaan een verbond aan. Zij vormen met hun baby's een klavertje vier. Ze mogen tot op vandaag dus van geluk spreken. Deze twee vrouwen uit het Lucasevangelie kunnen ons ook vandaag nog voorgaan in geloof. Ze hebben beiden aan de wieg gestaan van een nieuw en bevrijdend handelen van God. Nu kan het weldra Kerstmis worden. Waar vrouwen in verwachting zijn, daar spreekt men van geluk. Omdat voor God niets onmogelijk blijkt te zijn.