Bij de levenden

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het paasgebeuren baadt in een vreemde sfeer. Het graf is leeg en Jezus' lijk is onvindbaar. Toch verschijnt Hij plotseling aan zijn leerlingen en doet wondere dingen. Spontaan voelen wij achterdocht hij al dat wonderbaarlijke. Zijn de leerlingen niet ten prooi aan hallucinatie? ‘Zien' zij geen dingen die er in werkelijkheid niet zijn? Nemen ze hun wensen niet voor realiteit? Zijn ze in de greep van een soort massahysterie?

De leerlingen aan wie Jezus na zijn verrijzenis verscheen, vonden het zelf ook allemaal heel vreemd. Ze wisten niet goed wat hen overkwam. Ook zij twijfelden, aarzelden of dachten zelfs dat ze een spook zagen. Zo staat het onomwonden in de evangeliën. Nu zouden wij, van onze kant, wel wat meer uitleg willen krijgen bij al dat vreemde, maar de evangeliën geven die niet. Intussen leren we over die eerste leerlingen heel wat andere dingen waar wij niet overheen mogen lezen. Zij waren namelijk niet alleen verrast door de vreemde gebeurtenissen die op hen afkwamen, maar minstens evenzeer door wat met henzelf gebeurde. Laten we niet vergeten wat aan die verhalen over de verschijningen en het lege graf onmiddellijk voorafging. De leerlingen hadden Jezus verraden en verloochend. Aan hun tocht met Jezus was een abrupt en beschamend einde gekomen. Zelf konden ze hun ontgoocheling nauwelijks verbijten. Ze waren naar hun geboortestreek teruggekeerd.

Diezelfde mensen stellen nu tot hun verbijstering vast dat de gekruisigde leeft en bij hen is. Zij zeggen niet hoe de Heer uit de doden is kunnen opstaan. Wat wij ons spontaan voorstellen bij het paasgebeuren, wordt zelfs helemaal niet verteld in het Nieuwe Testament. De eerste getuigen vertellen eigenlijk nog het meest over... zichzelf. Ze zijn compleet andere mensen geworden. Niet uit eigen kracht, maar door Degene die ze kort voordien verraden en verloochend hebben. Hij is naar hen toegekomen. Hij heeft bewijzen moeten leveren dat Hij het wel degelijk was. Hij heeft moeten vechten tegen hun twijfel, angst en ongeloof.

Het geloof in de verrezen Heer is tot stand gekomen bij mensen die zelf maar half begrepen wat hen overkwam. Neem nu Petrus. Hij had zijn Heer verloochend om zijn eigen hachje te redden. Kort daarop ontmoette hij de levende Heer. Zijn laffe daad stond hem ongetwijfeld nog scherp genoeg voor ogen om van schaamte weg te kruipen. Maar blijkbaar ervoer Petrus juist door de aanwezigheid van de levende Heer hoe hijzelf een andere mens geworden was. Vergeving zal daarin de hoofdtoon gevoerd hebben.

De paasboodschap meldt dat we Jezus niet moeten zoeken bij de doden, maar bij de levenden. Die levenden zijn in de eerste plaats zijn leerlingen zelf, die aan den lijve ondervonden hebben hoe zij nieuwe mensen geworden zijn. Zij hebben Jezus' werk voortgezet omdat de Heer zelf in hen tot leven is gekomen. Op hun getuigenis steunt ons geloof in de Verrezene.