4e zondag in de paastijd C - 2007

De goede herder

"Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem. Ik ken ze en ze volgen mij."


Als we in de prefatie horen bidden: 'Ons paaslam Christus is voor ons geslacht', nadat we gehoord hebben dat Jezus zich de 'goede herder' noemt, wat kunnen we ons daarbij voorstellen? Zeker bij mensen voor wie de liturgische en de evangelische beeldentaal een vreemde taal zijn geworden, moet dit onbegrijpelijk overkomen. Want hoe rijm je dat samen, Jezus de goede herder en tegelijk het lam Gods dat op Pasen is geslacht ? Het vereist zorgvuldige uitleg om zulke beelden te doen spreken in een taal die we vandaag kunnen verstaan. En, laten we eerlijk zijn, dan nog blijft het moeilijk het beeld van het 'lam Gods dat de zonden van wereld wegneemt' en dat van de 'herder', toegepast op dezelfde persoon, zodanig samen te rijmen dat we begrijpen wat we zeggen.
In het taalgebruik van de joden was 'herder' een politiek begrip. Zo noemden de joden hun leiders, eerst en vooral hun politieke leiders. Een koning was de herder van zijn volk. Nu staat het oude testament vol van kritiek op de slechte herders van het volk. De profeten gingen regelmatig te keer tegen de koningen en de geestelijke leiders omdat ze ontrouw waren aan hun roeping.
Ze droegen geen zorg voor het volk, maar ze buitten het uit. Het waren geen zorgzame herders maar vraatzuchtige wolven. Ze schoren hun schapen kaal en gebruikten de wol voor eigen profijt. En dan verkondigden de profeten de belofte: Jahwe, onze God, Hij laat ons niet in de steek. Hij zal zorgen voor goede herders, herders naar zijn hart, die de kudde met wijsheid en toegewijde zorg zullen weiden. .
In een preek geschreven ter gelegenheid van 'roepingenzondag' zegt bisschop Schruers: "Is dit niet de roeping van elke christen: een herder zijn voor medemensen, vanuit de vriendschap met God groeien in vriendschap met elkaar en in de wereld?" Iedereen zal dit beamen. Maar het gaat deze zondag vooral om de zogenaamde bijzondere roepingen: tot het religieuze leven, priesterschap en het diaconaat. en hier knelt het schoentje. Het ontbreekt ons hoe langer hoe meer aan de 'pastores' in de traditionele zin van het woord, die we nodig hebben opdat de kerk ter plaatse zou blijven voortbestaan. Niemand kan ernaast kijken: de kerk bij ons bloedt uit de wonden van het zogenaamde priestertekort. Ze lijdt onder de meningsverschillen en conflicten over het priestercelibaat en de toegang van vrouwen tot het ambt van diaken. We moeten daar nu niet over blijven zeuren. Veel vruchtbaarder is dat we stem en ruimte geven aan wat ons allen gemeenschappelijk bekommert en daar werk van proberen te maken. Sinds geruime tijd al wordt in het kerkelijke spreken een aparte nadruk gelegd op het algemene priesterschap van de gelovigen.

Alle gelovigen hebben een priesterlijke opdracht ten opzichte van hun medemensen en vooral van hun broeders en zusters in het geloof. Maar de moeilijkheid zit dus in het bijzonder priesterschap van sommige gelovigen. De beste formule is misschien deze: het gaat om mensen die van hun geloof hun beroep willen maken. Dat kunnen ze op verschillende manieren, maar het belangrijkste beroep is dat van herder: het beroep dat bestaat in het verzorgen van de taken die nodig zijn om een gemeenschap van gelovigen goed te doen leven. We moeten het zo zien: iedere gelovige, of die nu man of vrouw is, die van zijn geloof zijn beroep wil maken, moet daartoe de kans en de nodige middelen krijgen. Zulke mensen kunnen we minder dan ooit missen.
Voor de verzorging van het geloof hebben we mensen nodig met een breed gamma van gaven : mensen met de gave van het woord, mensen met leiderscapaciteiten, mensen die verstand hebben van besturen, mensen die medemensen kunnen bezielen, mensen met bijzondere gaven om te wijden en te zegenen, mensen die begaafd zijn om voor te bidden en bekwaam om anderen te leren bidden, enzovoort.
Als we in die richting denken, moeten we de smalle opvatting van het priesterschap loslaten en de weg volgen naar een meervoudig priesterschap: een veelheid van verscheiden priesterlijke en zorgende taken die door verschillende mensen, naargelang van hun bijzondere gaven en talenten, worden waargenomen. Nu kunnen wij hier wel in deze richting denken, maar wat helpt dat, wat kunnen we doen als ze in Rome anders blijven denken ? Dat is waar, maar toch niet voor honderd procent. Als wij en nog vele anderen blijven zeggen wat we eerlijk denken, moet dat toch gehoord worden. Bidden we tot de H. Geest dat hij de gedachten daarvoor rijp maakt.