Uw naam heb ik hun geopenbaard (Joh. 17,26)

 

En ze komen allemaal goed overeen.” Met vreugde vertelt een moeder over haar kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen. Mensen hebben een diep verlangen naar vrede en overkomst. Ruzie leidt nergens. 

Het is een herkenbaar geluid, wanneer Jezus in zijn afscheidsrede bidt om eenheid. Hij heeft zijn leerlingen op het hart gedrukt van elkaar te houden. Op het einde van zijn lange afscheidsrede komt het gebed, dat het hoogpriesterlijk gebed wordt genoemd.  

Het gebed is intiem en innerlijk en niet bedoeld ten aanschouwen van elkeen. Aan het bidden in het openbaar is een beetje schroom verbonden. Het gaat gemakkelijk wanneer jij onder gelijkgezinden bent. Van een gemeenschappelijk gebed gaat een getuigenis uit. In kerken vind je boeken waarin mensen hun intenties inschrijven. Jezus laat in het hoogpriesterlijk gebed zien wat hem ten diepste beweegt. Vanuit het verhaal van zijn leven kunnen we het al raden: hij houdt van zijn Vader en hij wenst dat deze mag gekend en bemind worden. 

Hij houdt van zijn leerlingen en bidt om eenheid onder hen. Hij heeft geleden omdat Judas de groep verlaten had. Hij kent voldoende het menselijk hart om te beseffen dat samenleven moeilijk is. Omgaan met de andere, deze aanvaarden, bereid zijn in zijn/haar standpunt binnen te treden. Het gebed van Jezus draagt al een weerslag van de spanningen die de eerste christenen ondervonden van hun joodse medemensen, met wie ze zo veel gemeenschappelijks hebben. Zijn gebed is een blik op de toekomst en de opeenvolgende generaties. Hij bidt voor zijn leerlingen en voor hen die op hun woord zullen geloven. Kon Jezus voorzien dat Augustinus in de clinch zou gaan met de donatisten, dat de kerk van Byzantium en de kerk van Rome van elkaar weg zouden groeien? Kon hij voorzien dat in de zestiende eeuw de misbruiken in de kerk zo groot zouden zijn dat mensen moesten protesteren en dat daardoor in het westen grote christelijke denominaties zouden ontstaan? Voorzag hij dat de cultuur van de 21° eeuw zich zou ontwikkelen los van de kerken?

Jezus gaf het gebed mee dat al vaak is gezongen en dat wij zullen blijven zingen: “Mogen allen een zijn.” Dit gebed bleef niet onbeantwoord. Als we samen het Onzevader bidden en die hartebede van Jezus herhalen, dan komt er toenadering. Dan verandert minstens al de blik over de andere. Bidden voor eenheid is zelf eenheid bewerken tussen christenen en tussen mensen van om het even welke kleur. Allen zijn wij kinderen van eenzelfde Vader.

Jezus geeft een diepere grond voor dit bidden. Hij verwijst naar de verbondenheid met zijn Vader. Jezus is niet de Vader. Deze is groter dan hij. Maar de liefde verbindt hen. Eenheid is geen uniformiteit. Jezus bidt om de eenheid omdat deze dan een teken is dat God werkzaam is. Zij draagt bij om Gods heerlijkheid te tonen. Hoe kan de wereld in God geloven, wanneer de christenen die hem verkondigen zo verdeeld zijn?

De eenheid groeit als we ons samen stellen onder Gods naam en deze in ons opnemen. Gaan naar de bron brengt ons dichter bij elkaar. Door elk vanuit een ander kant naar Jeruzalem te trekken, hebben patriarch Athenagoras en paus Paulus VI elkaar op de Olijfberg ontmoet.

Bij het vormsel bidt de vormheer om de gaven van de Geest, de trouwe Helper. Hij beëindigt dit gebed met de bede: “Vervul hen van eerbied voor Gods heilige Naam.” Een naam is meer dan een etiket. We hebben veel namen, deze waarmee mensen ons aanspreken. Dit verschilt al naar gelang de band die ze met ons hebben. We hebben een persoonlijke naam en een zakelijke naam. Het is een teken van fijngevoeligheid de naam te zeggen die de persoon zelf het liefst heeft en hoort. De nieuwe naam, die God ons geeft, staat op het witte steentje, dat Hij ons aanreikt en toevertrouwt (Op. 2,17).

Hans Rapp schreef voor de Schweizerische Kirchenzeitung een meditatie over Gods geheime naam aan de hand van een eigenaardig citaat van de Engelse lyricus T.S. Eliot. Elke kat heeft drie namen: een eerste voor het dagelijks gebruik, een tweede geeft het wezen van de individuele kat weer; een derde is haar geheime naam. Deze deelt ze aan niemand mee. Ze mediteert erover: 

But above and beyond there's still one name left over,

And that is the name that you never will guess;

The name that no human research can discover--

But THE CAT HIMSELF KNOWS, and will never confess.

When you notice a cat in profound meditation,

The reason, I tell you, is always the same:

His mind is engaged in a rapt contemplation

Of the thought, of the thought, of the thought of his name:

His ineffable effable

Effanineffable

Deep and inscrutable singular Name.

God heeft zijn naam medegedeeld toen hij in Egypte de nood van zijn volk zag (Ex. 3, 3-9). JHWH, Ik zal er zijn, Ik ben die er zal zijn. Zijn naam en zijn liefde verbinden ons ten diepste.