Een vrouw met een kroon van twaalf sterren (Apok. 12,1)

De apostel Paulus zegt nauwelijks een woord over Maria, de moeder van Jezus. Hij vermeldt enkel in de brief aan de Galaten dat Jezus geboren is uit een vrouw.

Toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden opdat wij zijn kinderen zouden worden” (Gal. 4,4-5)

Delen in het Pasen van Christus

Op het feest van Maria ten hemelopname komt Paulus toch ruimschoots aan bod in de liturgie, zowel op de vooravond van het feest als op het feest zelf. Hij wijst en benadrukt immers de centrale plaats van de verrijzenis in het christelijk geloof “Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn” (1 Kor. 15,20). Hij heeft de dood overwonnen (1 Kor. 15,54-55).

Onder de christenen in Korinthe waren er die daaraan twijfelden. Vanuit hun Griekse achtergrond konden ze gemakkelijker de onsterfelijkheid aanvaarden dan de lichamelijke verrijzenis. “Als wij verkondigen dat Christus uit de dood is opgestaan, hoe kunnen sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen” (1 Kor. 15,12-13). Paulus zal allicht in onze tijd nog meer overredingskracht moeten gebruiken om hen die beweren dat de dood het absolute einde te overtuigen dat sterven thuiskomen is bij God.

Paulus verwoordt het geloof van de jonge kerk. Dit ligt aan de basis van het feest van Maria ten hemelopname. De evangelisten zeggen niet zo veel over het leven van Maria. Het laatste dat wij van haar horen in de Schrift is dat zij na het heengaan van Jezus samen met de apostelen en een grote groep mannen en vrouwen in het cenakel aanwezig was, biddend voor de komst van de Geest. Waar en hoe ze gestorven is, staat niet bij de evangelisten vermeld. Geleidelijk heeft de kerk duidelijker gesproken over de rol van Maria in het leven van Jezus en haar invloed voor de kerk. In de liturgie heeft dit feest al lang zijn adelbrieven. In onze streken valt dit feest in de volle zomer. “Dit feest is als en oogstfeest, buiten in de natuur en binnen in de Kerk. De vruchten zijn er, overvloed, voldragen, kleurrijk, uitbundig” (G. Danneels, Op weg met Maria).

Verbonden met Maria

Omdat Maria bij de Heer is, wendt de gelovige zich in zijn gebed tot haar en tot allen die in Gods liefde zijn opgenomen. Wij trachten haar en hen na te volgen. Maria heeft een unieke plaats omdat zij het leven heeft gegeven aan Jezus, omdat zij ja heeft gezegd, wanneer God bij monde van een bode aan haar deur aanklopte en vroeg om Jezus te dragen. Zij was beschikbaar en ontvankelijk. “Zie de dienstmaagd van de Heer; mij geschiede naar uw woord “(Lc. 1,37). Ze was als de ark waarin het kostbaarste dat God aan Israël gegeven had, bewaard werd: de twee stenen tafelen, de Thora. Jezus is de nieuwe wet. Maria kreeg als moeder van Jezus de titel ‘ark van het verbond’ (1 Kron. 15,3). Het is een van haar vele titels in de litanie van O. L. Vrouw.

Maria wordt geprezen omdat zij geloofd heeft. Maria heeft zich niet in Nazareth opgesloten. Zij is zelf boodschapper geworden van goed nieuws. Zij reist met spoed naar het bergland bij Elisabeth, die haar prijst om haar geloof.

Maria is als moeder zelf moeten groeien in geloof. Zij heeft zelf het woord moeten opvolgen dat Jezus zei tot de vrouw die woorden van lof had voor zijn moeder. Jezus zei toen: “Gelukkig zijn zij die naar het woord van God luisteren en het onderhouden” (Lc. 11,28).

Bij haar bezoek aan Elisabeth bidt en zingt Maria haar lied, het Magnificat dat elke dag op zovele plaatsten in de wereld wordt gebeden en gezongen. Dankbaar zijn, God danken, hem aan het werk zien wanneer hij kleinen verheft en hoogmoedige tot deemoed oproept en tot gerechtigheid. God doet wonderwerken in en met mensen.

Op het gedachtenisprentje van Jean Hallet (1928-2021), jarenlang algemeen secretarist van de Landsbond van de Christelijke Mutualiteit en nadien voorzitter, staat deze boodschap:

La vie mérite d’être vécue. L’important est d’avoir des buts moraux,

De contribuer à l’amélioration du monde,

De chercher la verité , d’aimer ses proches

Et tous les humains.

Et de ne pas se prendre trop au sérieux!

Je crois que le meilleur message est celui de Jésus Christ.

Dieu est en nous et devant nous.

Je suis vraiment sûr que chacun de nous participe à un ensemble qui le dépasse, à une oeuvre qui le prolonge.

Sint Jan brengt het verhaal van de bruiloft in Kana, waar Maria, Jezus en zijn leerlingen aanwezig waren. Hij haalt twee zinnen aan die Maria er gezegd heeft en waarin zij zowel haar zorg verwoordt voor medemensen als haar vertrouwen in Jezus, haar zoon (Joh. 2,1-5). Maria zag dat de wijn op het bruiloftsfeest opraakte. Ze zei tot haar Zoon: “Ze hebben geen wijn meer.” En tot de bedienden zei ze: “Doe maar wat Hij u zeggen zal.

Veel mensen komen en gaan met hun zorgen naar Maria. Bedevaartplaatsen getuigen daarvan. Op deze hoogdag van Maria ten hemelopneming viert het bisdom Gent in het bedevaartoord Oostakker aan de grot het 100-jarig bestaan van de diocesane bedevaarten naar Lourdes.

Maria blijft een wegwijzer. Maria is de enige vrouw die de Koran met name kent. Met Maria kunnen religies van elkaar leren. Maar er wordt ook omwille van haar geredetwist. Ze zou als beeld van de dienstbare en onderdanige vrouw te veel krediet geven aan een mannelijke kerk. In Duitsland kibbelen twee richtingen, de ene onder de naam Maria 0.2, de andere in de beweging Maria 0.1.

Maria wil geen splijtzwam zijn en ze houdt niet van scheidingsmuren. Muren scheiden, ook in het land waar zij heeft geleefd. De Israëlische muur scheidt Jeruzalem van Bethlehem en loopt in Bethlehem langs een benedictinessenklooster. Dit inspireerde de Zusters voor een gebed tot Onze Lieve-Vrouw die muren sloopt en tot een bijzonder schilderwerk op die muur.

Heilige Moeder Gods,

We roepen jou aan als Moeder van de Kerk, Moeder van alle lijdende christenen. We smeken je om door jouw tussenkomst deze muur te doen vallen. Sloop ook de muren in ons hart

en alle muren die haat, geweld, angst en onverschilligheid zaaien

tussen mensen en volkeren.

Jij die door jouw Fiat de aloude slang vertrapte, verzamel ons en breng ons bijeen onder je maagdelijke mantel.

Bescherm ons tegen alle kwaad. En open in ons leven voor altijd de poort van de Hoop. Baar in ons en in deze wereld een beschaving van Liefde die opschiet vanaf het Kruis en de Verrijzenis van je Goddelijke Zoon Jezus Christus, onze Redder, die leeft en heerst tot in eeuwigheid. Amen

 

Het teken aan de hemel

De auteur van de Apocalyps richt zijn blik op de uiteindelijke overwinning van het koningschap van God en de heerschappij van zijn gezalfde. Maria komt hier in beeld, al wordt zij niet bij naam genoemd. Ze is het grote teken aan de hemel. De auteur spreekt over de moeder van Jezus en denkt tevens aan de kerk in tijd van vervolging. Hij zinspeelt op het Magnificat, waarin machtige heersers zoals de draak neerstuiken en waarin kleinen overwinnen. Hij heeft het over de betekenis van de woestijn als tijd van beproeving en bezinning.

De vrouw uit de Apocalyps heeft kunstenaars beïnvloed om Maria af te beelden.

Priester Roland van Rostenberge (1938-2021) schreef een bezinning, passend bij dit Mariafeest van 15 augustus: Maria, Koningin van hemel en aarde

Als ik naar haar beeld kijk

zoals de barokke beeldhouwer wellicht bedoelde,

staat zij met een voet op aarde geplant.

Het is haar en onze wereld, een wereld die wankelt,

want een slang slingert zich eromheen

met al haar venijn in de bek,

waarmee ze mensen en volkeren tegen elkaar opzet.

Op haar kop zet Maria haar voet

om de slang te verhinderen

onschuldige mensen mee te sleuren en te verleiden.

Maria’s beeld is omkranst met wolken

die haar doen uitstijgen boven de wereldse verlangens

van hebzucht en eerzucht;

zijzelf heeft er niet naar verlangd.

Vanachter de wolken komen zonnestralen

als teken van Gods aanwezigheid,

die dikwijls door veel ijdel gepraat wordt verhuld.

Maria laat zich omgeven door engelen met kinderkopjes,

haar hemelse hofhouding van zovele kinderen

die op onze aarde niet welkom waren

en nu samen met haar het eeuwige Magnificat zingen.

Tenslotte laar Maria haar grote schat zien,

het kind Jezus op haar arm als teken

van haar Godsgewijd moederschap.

Maar zij die ooit dit kind droeg,

werd ook door Hem ten hemel gedragen.

Het Vaderhuis is sindsdien niet meer denkbaat

zonder haar aanwezigheid.

Maria, ze gaat ons voor op weg naar Jezus.