Nachtmis (2004)

Welkom

Welkom vanavond in deze nachtmis.

Op de vooravond van mijn verjaardag denk ik altijd aan mijn moeder. Wat zou er in haar hoofd, hart en schoot zijn omgegaan zo kort voor de bevalling van haar eerste kind.

Zo kunnen we op de avond voor kerstmis aan Maria denken, toen ze ergens in een parkeergarage terecht kwam om haar kind ter wereld te brengen.

Er zullen onder u zeker moeders zijn die zich hier wel iets bij voor kunnen stellen.

Maar het kindje ligt nog niet in het kribbetje. Dat leggen we er in als we het verhaal helemaal gehoord hebben!

 

Overdenking

In de eerste lezing hebben we weer het grootse getetter van de profeet gehoord:

Volk in het donker dat een groot licht ziet, licht over hen die wonen in het licht van doodse duisternis. En dan komt het: vier keer het woord vreugde in twee regels, jubelen, macht en onbeperkte welvaart, recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid.

Wie zou dat vanavond in oostelijk Congo, in Darfur en Sudan, of in Irak of bij kinderen, ouders en leraren van de school in Beslan durven voorlezen?

Staan we niet met de mond vol tanden bij zulke grote woorden?

Met het evangelieverhaal bent u allemaal wel vertrouwd, u heeft het zo vaak gehoord, u heeft er zoveel liedjes over gezongen.

Als we de mededeling horen dat er voor Joseph en zijn verloofde die zwanger was, geen plaats was in de herberg,kennen we het verder verloop.

We zouden het naar onze tijd kunnen vertalen en dan wordt het: Maria en Joseph kwamen bij een hotelletje of een motel maar konden er geen kamer krijgen omdat ze te duur was of ze konden er geen kamer vinden omdat alles vol was. En toen kwamen ze terecht in de parkeergarage in de kelderverdieping. Zo'n garage kent u wel, de koude muren, vuile vloer, stank van benzine, de tocht. Geen lief kribbetje, goed voor een mooi liedje maar een scheve kartonnen doos om haar kindje in neer te leggen.

Dat maakt wat in ons los, zo'n kleine baby in zulke erbarmelijke omstandigheden. Daar kunnen we niet aan voorbij lopen. Als we van zo'n situatie horen, spreekt ons dat aan, s. Dat kind heeft behoefte aan zorg, aan eten en drinken, aan een glimlach, het wil vastgepakt en geknuffeld worden. Dat is zeker even belangrijk als eten en drinken.

Is het zo niet met iedereen? Iedereen heeft momenten dat het leven lijkt op een half duistere, vochtige, stinkende parkeergarage. Op zo'n moment hoopt iedereen op aandacht, bemoediging, bewondering, een hand op de schouder. In dat kind in de kribbe mogen we ons zelf terugkennen, wat onze behoeften betreft en ook wat onze mogelijkheden betreft. De naam Jezus betekent Redder. Die kwaliteit zit in ons allemaal: zorg en aandacht schenken aan een ander, dat kan iemand redden, dat kan iemand doen groeien tot een beter mens. Zo kunnen we zijn als Jezus, redder.

En die engelen dan, met hun opwindende boodschap aan de herders, waar vind je die nog? Zoals we ons in dat kind Jezus mogen terugkennen, zo mogen we ons ook zien als engelen: die een ander moed inspreken, goede kanten van de ander zien, wat zuiniger zijn met kritiek, iemand, die door spanning wordt opgevreten, tot rust helpen komen. Engel zijn, dat is je gedragen als de barmhartige Samaritaan. Engel zijn dat is doen zoals Jezus, die redder, het zei: "Wat gij wilt dat mensen aan u doen, doet dat ook aan hen."

Zo vinden we ons zelf terug in de kerststal en in het kerstverhaal, van hoog tot laag. Genoeg om je zalig bij te voelen.

Dat het zo moge worden.