Wij zoeken nog altijd naar de vrede

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In de oude kronieken kunnen wij lezen hoe het Kerstfeest vroeger gevierd werd. Van heinde en verre kwamen de mensen door de zwarte duisternis van de winternacht, en uren en uren liepen zij met een lantaarn in de hand door de krakende sneeuw om in de kerk bij de kerststal te komen zingen en bidden. Dat hadden onze eenvoudige, gelovige voorouders ervoor over. Maar ik kan mij voorstellen dat er op dit ogenblik mensen zijn die zich afvragen of dit zo romantisch feest wel nog past in onze zo onromantische tijd.

Heeft het in onze tijd, nu de mens de oneindige ruimte van het heelal afspeurt, nog wel zin ons te verdiepen in het feit dat Chris­tus is neergedaald naar deze kleine planeet, die wij aarde noemen? Heeft het nog wel zin, nu wij raketten naar Venus en Mars sturen en tot aan het uiteinde van ons zonnestelsel, ons druk te maken over een ster, die de Wijzen de weg naar Betlehem wees? 

Ik geloof dat er juist nooit een tijd is geweest, waarin het Kerst­feest beter paste, dan onze tijd. Want wat de herders zochten in de grot van Betlehem, wat de Wijzen zochten, dwalend achter hun ster, wat onze middeleeuwse voorouders zochten, achter hun lantarentjes door de sneeuw ploeterend, datzelfde zoeken ook wij, die leven in de schaduw van torenhoog opgestelde raketten, met nog veel meer heimwee: vrede, vrede voor de mensheid in het alge­meen, vrede voor de kleine omgeving waarin wij leven, vrede voor onszelf. Ik geloof dat er geen tijd is geweest, waarin men zo vurig naar die drievoudige vrede gezocht en verlangd heeft als juist deze tijd.

Wij doorvorsen het hemelruim. Wij ontvangen antwoorden van sterren, die miljoenen lichtjaren van ons verwijderd zijn. Wij dringen door tot de kern van het atoom. Wij proberen het geheim van het leven te ontsluieren. In de laatste honderd jaar hebben wij de aarde meer veranderd dan in de duizenden jaren die voorafgin­gen.

Maar het doel van al dat zoeken, het menselijk geluk, de innerlijke rust, datgene wat het evangelie vrede noemt, is op dit ogenblik wellicht verder van ons verwijderd dan ooit. Door onze technische prestaties hebben wij een welvaart opgebouwd, die vroegere gene­raties zich niet konden dromen, al wordt die welvaart nu wel aan­gevreten door crisis en werkloosheid. Maar hebben wij ook het middel, de sleutel gevonden om die welvaart te vertalen in echt menselijk geluk? Heerst er in onze moderne, goed ingerichte flats en idyllische bungalows meer diepmenselijk geluk dan in de lemen huisjes, die hier honderd jaar geleden stonden? En wij mogen zeker zeggen dat de internationale vrede op dit ogenblik veel meer bedreigd wordt door ons arsenaal ABC-wapens dan indertijd toen aan beide zijden van het front een hoop stenen bijlen of projectie­len lag opgestapeld.

Wanneer in een gezin een kind wordt geboren, betekent dat een blijde gebeurtenis voor het hele gezin. Maar als dat kindje God is, die mens werd, om samen met ons het gewone menselijke bestaan te delen, dan is dat een blijde gebeurtenis voor de hele mensheid. En daarom is het passend - ondanks alle protest tegen de senti­mentaliteit van het Kerstfeest - dat wij in deze dagen de stemmig­heid en de vreugde in ons laten binnendringen.

Maar heerlijker is nog het feit dat God, die mens werd om met de mensen een wereld van liefde en goedheid op te bouwen, nog altijd met ons meeleeft. Dat is een nog grotere reden om feestelijk gestemd te zijn. Wij geloven dat in deze eenzame en grauwe wereld Iemand aanwezig is en aanwezig zal blijven in de harten van de mensen, van ons allemaal, om eenzaamheid in warme liefde om te vormen, om duisternis in licht te veranderen, om vrede te brengen waar haat en geweld heersen, om vergeving te schenken waar zonde en kwaad aanwezig zijn.

Wij vieren vandaag in de Kerk en in de hele wereld van de gelovi­gen het feest van de nieuwe wereld, de wereld zoals God die droomt, en zoals wij die dromen op sommige ogenblikken dat wij heel rustig zijn: een wereld waarin het wetboek maar één zin bevat: bemin elkaar, wees bekommerd om het geluk van de mens naast je; een wereld die maar één wetenschap kent: de wetenschap dat iedereen zonder uitzondering bemind wordt door de Heer; een wereld waarin plaats is voor ieder mens, ook voor de zwakke, de gehandicapte, de bejaarde, ook voor hem die mislukt, ook voor hem die zondaar wordt genoemd, omdat God de mens niet meet met de maatstaven van de prestatie, maar met de maatstaven van het hart.

Die wereld wordt gebouwd, hij is aan het groeien, en wij allemaal moeten eraan meewerken op de plaats waar wij staan, door de wet van die nieuwe wereld nu al consequent in ons leven uit te schrij­ven…