Kerstavond A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Een stel kinderen speelde verstoppertje.  Eentje had zich zo goed verstopt dat hij niet gevonden werd.  Toen hij eindelijk uit zijn schuilplaats tevoorschijn kwam, merkte hij dat de andere kinderen allemaal al naar huis waren.  'Waarom huil je?', vroeg zijn moeder toen hij verdrietig thuis kwam.  'Omdat ze niet naar mij hebben gezocht'.

God zou soms wel eens kunnen huilen als een klein kind, omdat we niet of nauwelijks naar Hem zoeken.  En God heeft reden tot klagen, want Hij is wel op zoek gegaan naar ons.  Dat vieren we met Kerstmis.

Maar, waar moeten wij God zoeken?

De herders zochten Hem in ieder geval niet in een deftig huis in het statige Jeruzalem.  Maar ze gingen op pad naar een tochtige stal bij Betlehem, een dorp van niks.  Ze zochten Hem niet in een gouden wieg, maar in een houten kribbe.
Dat alles wil zeggen: God is een geboren vriend van sukkelaars en onaanzienlijke mensen; je moet Hem allereerst zoeken bij hen die weerloos zijn, arm en ontheemd.  En je moet Hem zoeken in allerlei andere mensen van goede wil.  In de krant staan ze verstopt tussen allerlei ellende: 'Kamerlid neemt het op voor vluchtelingen', 'Vlaams gezin adopteert drie Braziliaanse straatkinderen', 'Vrijwilligers van Wereldwinkel zien omzet stijgen', 'Arts zonder grenzen vertrekt voor de vierde keer twee jaar naar Somalië'.
In al die mensen van goede wil brandt Gods licht, en daar moet je Hem zoeken.

Maar niet alleen bij hen, die overigens onopvallende plekjes in de krant halen, ook hier in deze gemeenschap, in onze samenleving, brandt Gods licht: in ons koor en ons orkest brandt licht, in de werkgroep voor zieken, in de mensen van de catechese, in degenen die onze kerk poetsen en de bloemen schikken, in de mensen die de liturgie helpen opstellen en verzorgen, en in vele anderen die onze geloofsgemeenschap mee dragen en levend houden.  Er brandt licht in mensen die zich buiten de kerk blijven inzetten voor de samen¬leving, niet ophouden te 'knokken' voor gerechtigheid.  Er brandt licht in degene die zegt: 'We bellen tante Liza of ze met Kerstmis wil komen; anders zit ze misschien alleen'.  In ouders die van hun huis een warm nest maken, en in kleine Joris, die zijn broertje troost met een kerstliedje.

Vandaag vieren we dat God, meer dan in wie ook, aan het licht gekomen is in het kind van Betlehem, de man van Nazaret.  In Hem vooral moeten we God zoeken.  En ontroostbaar is God als we hard zijn voor elkaar, mensen van steen zijn, verbitterd en kil elkaar links laten liggen of – nog erger – verdacht maken.

Getroost als een kind is God als we Hem zoeken in elkaar, als we mogen schuilen in elkaars liefde, en samenscholen in het licht.  Niks is zaliger dan dat: Zalig Kerstfeest!…