Het was een nacht

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

'Leven Hem achterna'; hoezo?; waarom?; en wat dán?  Zoveel is zeker, dat we de nacht in moeten gaan, reizend in de schaduw van de dood. Kerstmis speelt in de nacht, begint bij de aanvaarding van het duister als keerpunt in de geschiedenis – in de eigenlijke geschiedenis van menswording Een vertrouwd verhaal is ons doorverteld; een vreemd verhaal tegelijk.

'Het was nacht'.
Het was een nacht in de dagen van de volkstelling. Een uur van triomf voor de groten der aarde. Nacht van keizer Augustus en zijn goddelijke besluiten. Van de bezettings¬macht die altijd en overal op de kleintjes let en mensen controleren moet. Iedereen moest zich laten inschrijven in de stad van herkomst: toen en altijd schijnt het uit te maken waar je vandaan komt. Nacht van overzicht: wie is belastingplichtig, wie is uitkeringsgerechtigd? Nacht van het verblindende overwicht van Rome en Wallstreet. De eeuwig¬durende nacht van de macht.
Het was ook de nacht van de kleinen der aarde. Nacht in het open veld, van onherbergzaamheid en naaktheid. Herkenbare nacht. Nacht van de herders, de jongens van de open vlakte, de marginalen; de gastarbeiders en asielzoekers hier en vluchtelingen elders. Nacht van kleine wonderen; de geboorte van een kindje ergens onderweg, of twee uur na een vliegramp in Amsterdam. Reële tekens van hoop, maar snel verzopen in een poel van ellende en sensatie.  De eeuwig¬durende nacht van onmacht.
Het was een nacht van het woord. Van goed nieuws, raadselachtig als in een droom opgevangen en op goed geluk doorgegeven. Van vreemde liedjes, fluiten in het donker. Een nacht van stom¬geslagenen die gingen praten. Een nacht van een vrouw en een man die er met een woord van vlees en bloed in hun armen zelf het zwijgen toe deden. Nacht van het woord - en van durende stilte, luisteren, laten rijpen van dat woord. Nieuw en oud, warm en koud: eeuwigdurende mensennacht.

Het was nacht, het is nacht.
Wat te doen in die nacht, deze nacht? Ronddolen als blinden, tasten in het wilde weg? Datzelfde vreemde en vertrouwde verhaal geeft wegwijzers in de donkere wirwar van het mensenbestaan, als startpunten voor doelgerichter reizen.
'Het geschiedde', staat er tot drie keer toe, overdreven plechtig.  Wat doe je - om te beginnen - als je tot reizen gedwongen wordt? Je kunt je verstoppen, in je schulp kruipen. Soms een redelijke tactiek, maar je kunt verstijven in je angst. Je kunt je verschansen in je verzet. Soms nodig, maar je kunt verstarren in een onvruchtbaar gelijk. Je kunt ook van een gedwongen tocht een reis maken, rechtop en zelfbewust. Hoe dan ook, Maria en Jozef gingen. De gewoonste zaak van de wereld.
Dan ten tweede male: 'het geschiedde'. Wat? De geboorte van een kindje. Dat is niet niets, dat is bijna alles: oerkracht en kwetsbaar¬heid, onstuitbare drang en uiterste afhankelijkheid. Elke bevalling brengt hel en hemel bij elkaar, hoogte en diepte, vloeken en juichen. Vertel mij wat. Maar hoe groots en intens elk nieuw leven zich ook baan breekt: het is de gewoonste zaak van de wereld. Het geschiedde; toen, nu en altijd, tot in eeuwen van eeuwen.
Het óngewone is wat daarna geschiedde: dat tot de herders het woord werd gericht, dat marginalen werden aangesproken, en wel zó dat zij in beweging kwamen. Zij ontvingen een boodschap en werden zelfs vertolkers van die boodschap, toen zij zeiden: 'Laat ons gaan zien het woord dat daar geschied is'. Zij verhuisden van het open veld naar het trefpunt van nieuw leven, van de marge der geschiedenis naar het centrum van het verhaal. Zij namen het lied van de engelen over; zij gaven de toekomst van leven aan de boreling. De hoofdrol is voor hen, niet voor de zwijgende ouders, nog niet voor het kindje dat alleen nog maar 'teken' is.
Dát mag geschiedenis heten: het licht van alle Augustussen ver¬bleekt, het donkere volk wordt lichtgevend.  En de boreling krijgt zijn plaats; een leven lang zal hij zich thuis voelen bij thuislozen, stem geve aan de sprakelozen, licht ontwaren in de schaduw van de dood. Hij heeft het startpunt van zijn levensreis gevonden.
'Laat ons gaan zien het woord dat daar geschied is', zeiden de herders tot elkaar; en ze gingen. Vlug. Wát was er dan te zien? Niet eens zoveel, maar misschien hebben de herders en marginalen van toen en later zich de profetieën van Jesaja herinnerd: bevrijding, vrede, eindelijk gerechtigheid, toekomst voor de armen. Misschien konden zij niet lezen, maar dat hóefde ook niet: dit kind van hoop is geboren in hun eigen situatie, in hun voerbak, als een visioentje in hun eigen troosteloosheid.
Misschien wisten ze van lam en leeuw, samen spelend; kenden ze de kleurenpracht van Jesaja's dromen. Misschien wisten ze van niets, maar dat hoefde ook niet: voor hun ogen ontvouwden zich de kleuren van de vrede.
Misschien hebben de paria's van toen en later in het huilen van dit achteraf-kind oude liederen herkend. Over een dienstknecht, een mens van trouw, iemand die - desnoods als enige - zijn schouders zet onder het leed van de wereld. Misschien kenden ze die liederen niet - maar wel de hoop die hun eigen lot betrof, hun eigen belang. Als mensen van het moment hebben zij misschien de toekomst zien opengaan. Als mensen van de daad hebben zij gezien het woord dat werkte.
Wellicht was of werd dit de boodschap van de herders aan de zwijgende ouders en aan ons: menswording kán, zie dit kind, zie ons. Wellicht is dit het eenvoudige nieuws van de nacht dat moet rijpen in ons, geborgen, gekoesterd, gewogen als in een tweede zwanger¬schap. Het kind is verwekt, gedragen en gebaard door ons, maar nu zal het ons verwekken, dragen en baren. Tot moeder en vader maken, tot mensen maken. 'Zie ons', zingen de herders, 'wij lagen terneer, wij richten ons op'.

En wij, mensen van licht en donker, van macht en onmacht, van dood en leven. Wij gevangenen tussen een verhaaltje van tweeduizend jaar geleden en de grote toekomstdroom van Jesaja: kunnen wij zoals die herders opnieuw geboren worden? Nee, we zijn wie we zijn. Ja, we kunnen worden wie we eigenlijk zijn.
We kunnen deze nacht aanwaarden als het uur van onze geboorte, door het verlangen te koesteren en te wegen. We kunnen hopend en zingend herder, moeder, vader, mensen worden. We kunnen deze mens Jezus van Nazaret gedenken: noemen, aanbevelen, dicht aan onze huid laten komen, als een naaste. 'Laat ons gaan zien', laat ons elkaar aankijken. Al staat ons geen god te wachten, misschien zien we wel een vergezicht: een leeuw die heeft leren spelen, een kleuter die kan lachen, een weerloos lammetje. Misschien zien we wel onszelf, laat ons gaan zien: een schaal met brood en een beker wijn zullen ons tot teken zijn. In onze handen en op onze lippen ligt een woord: het vraagt om ons vlees en bloed…