In de herberg was geen plaats

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

“Een Heiland is u geboren”, verkondigt de engel aan de herders. In opvallend contrast met deze boodschap staat de opmerking van Lukas: er was voor hen geen plaats in de herberg.

Waarom was er voor hen geen plaats in de herberg? Het evangelie geeft daarop geen antwoord. Alleen de volksde¬votie heeft daar verschillende redenen voor gevonden. Er was geen plaats voor hen omdat de mensen niet gestoord wilden worden, omdat aan die arme mensen niets te verdienen was, of omdat men dacht: anderen kunnen deze sukkelaars beter helpen. Dus, gemakzucht en ikzucht lagen aan de basis.

Eigenlijk toch vreemd dat er voor Maria en Jozef in de herberg geen plaats was. Een herberg staat toch open voor iedereen, ze staat langs de weg om mensen te bergen, ze wil toch aan mensen die onderweg zijn, een dak boven hun hoofd geven.

Als God in Betlehem verschenen was in al zijn heerlijk¬heid, dan hadden de deuren wijd opengestaan, maar Hij kwam onder de gedaante van arme mensen, daarom bleven de deuren gesloten.

Denkt u dat er sedertdien veel veranderd is? Als God vanavond bij ons aanklopt in de gestalte van een mens in nood, dan zullen er nog vele deuren gesloten blijven. Zou Hij zich aankondigen in pracht en praal, ja, dan zou Hij in deze wereld nog welkom zijn. Maar de weg van God naar de mensen is nog niet veranderd, ook nu nog komt Hij in de gestalte van mensen in nood.

In deze stille, heilige nacht zou een heilige vrees ons hart moeten vervullen. De Heer zoekt een herberg in ons hart. Hij zal wel geen deuren intrappen, geen sloten forceren.

Hij staat aan de deur van ons hart en klopt. Als wij open-doen zal Hij binnenkomen met zijn geluk en zijn vrede. Als wij de deur gesloten houden zal Hij voorbijgaan. Als wij God deze nacht niet opnemen in ons hart zal Hij niet ten einde raad zijn, maar zijn wij, mensen, ten einde raad en heeft niet God, maar wij geen thuis meer. Wij staan dan buiten de deur. Veel hangt er voor ons vanaf of wij ons geborgen weten in Gods liefde, of wij bij God zelf thuis mogen zijn, of dat wij rusteloos op tocht zijn, op zoek naar ik weet niet wat.

God is nog steeds op zoek naar een herberg: voor straat¬kinderen, die als waardeloos beschouwd, doodgeschoten worden; voor zieke mensen, die wachten op een bezoek; voor bejaarden, die zoeken naar iemand die een beetje tijd voor hen heeft; voor mensen, die misschien wel een dak boven hun hoofd hebben, maar geen dak boven hun hart. Als wij dat willen begrijpen en er ons voor inzetten, dan zou de wereld niet zo onherbergzaam zijn.

Als man en vrouw voor elkander een beetje herberg willen zijn, dan zouden er niet zoveel echtscheidingen zijn. Als ouders voor hun kinderen herberg willen zijn, dan zouden niet zoveel jongeren thuisloos en doelloos rondlo¬pen. Als de kinderen hun bejaarde ouders willen herber¬gen, zouden de wachtlijsten in de bejaarden¬huizen niet zo lang zijn.

Zo wenst God zelf deze nacht de vrede toe aan alle men¬sen die van goede wil zijn. Van mijn goede wil hangt het tenslotte af, of ik binnen in Gods liefde geborgen mag zijn, door zijn licht omgeven en door zijn liefde begeleid. Of dat ik nog buiten sta in de kou, omdat ikzelf geen herberg wil zijn voor mensen die in de kou staan…