Bij de kerststal is veel te zien

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Vandaag willen wij, zo eenvoudig als kleine kinderen, bij de kerststal gaan staan. Zei Jezus niet: «Als je niet wordt zoals kinde¬ren, zul je God niet zien»?

Franciscus, de man met de ziel van een kind, heeft de eerste - levende - kerststal ontworpen. Ontroerd tot in zijn ziel en met tranen in de ogen bleef hij urenlang vol verwondering kijken naar de liefde van God die mens werd.

In de vijftiende eeuw bouwde men de eerste kerststallen in de ker¬ken van Italië en in Zuid-Duitsland, alsof Kerstmis daar te midden van de mensen gebeurde. Ook wij hebben onze kerststallen, alsof Christus hier midden in onze parochie geboren wordt. Wij willen kijken naar dat Kind met de ogen van ons hart om dat mateloze mysterie enigszins te begrijpen:

Er is veel te zien bij de kerststal, zegt kardinaal Daneels in zijn Kerstbrief van 1982. Wij zien een weelde van kleuren, rood, blauw en groen. Bekijken wij de beelden, want alle figuren hebben ons veel te zeggen. Daar is het Kind. Hoe klein heeft de grote God zich gemaakt! Arm en klein en hulpeloos ligt Hij daar. Zo is Hij aan de mensen overgeleverd. Alleen wie klein is, wie kan worden als een kind, kan dit mysterie van liefde begrijpen. Je moet een heel ontvankelijk hart hebben, vrij van hebzucht en eerzucht om God te herkennen als een kind. Kijk ook naar Maria! Wie ‘ja’ zegt tegen Gods plan in zijn leven zoals Maria, kan God zien. Wie ‘nee’ blijft zeggen, kan God niet zien. Wie God wil zien moet met heel zijn hart ‘ja’ kunnen zeggen op zijn levenssituatie.

Bekijken we nu Jozef. Hij leert ons over eigen twijfels heen te groeien om Jezus te kunnen zien. Jozef werd beproefd in het diepste van zijn wezen: in zijn liefde tot Maria en in Gods levens¬plan over hen beiden.

Ook wij kennen twijfels. De wereld gelooft alleen wat ze ziet en weert elk mysterie af. Jozef echter houdt stand omdat hij zich op God verlaat. Hij heeft met zijn twijfels geleefd, maar hij heeft ze ook overwonnen door zijn rotsvast geloof. En toen zag hij God in dit Kind.

Ook de herders staan daar. Kleine, onbelangrijke, arme mensen zijn het. Wie God wil zien moet arm worden. De herders zijn zo arm dat ze niet eens aan zichzelf denken. Zij zien de lucht, het weer, de schapen... Voor zichzelf hebben ze geen aandacht. Zo is hun oog gezuiverd. Wij zijn vaak te rijk. Wij kijken alleen naar onszelf. Daarom zien we zo weinig van Gods mysterie in deze wereld. Laten wij proberen weer arme, deemoedige, onbaatzuch¬tige mensen te worden en we zullen God zien.

Een weinig verder staan de wijzen. Ook zij hebben een boodschap voor ons. Wie God zoekt moet met verrassingen leren leven. Zij zijn de zoekers van alle tijden, van overal. Daarom heeft men ze de kleuren gegeven: wit, geel en zwart: alle rassen van de wereld. Het zijn geleerden. Zij weten veel over de loop van de sterren... maar plotseling komt daar die verrassende ster. Zij zeggen niet trots: dat kan niet! Dat mag niet! Nee, zij willen die onvoorziene dingen erbij nemen. Zij staan op en volgen de ster. Ze zoeken, ze reizen, ze doen navraag naar de betekenis. Ze geven het zoeken niet op als de ster even verdwijnt. Ze volgen ze en vinden het Kind en zijn moeder. Dan knielen ze neer om te aanbidden.

Ook wij zien soms vreemde sterren aan het firmament: dingen die heel onze levensweg doorkruisen. Dan komt het erop aan, dat wij raad inwinnen en dat we openstaan voor wegen die we eigenlijk niet wilden bewandelen. Als we volhouden, zal de ster weer gaan schitteren en ze zal ons brengen bij God zelf.

Nu zie ik nog twee figuren, die minder onze aandacht trekken en die toch hun plaats en hun boodschap bij de kribbe hebben: de os en de ezel. Wat doen die bij de kribbe? Ze staan daar te staan. Ze ademen, ze zijn zichzelf, ze zijn maar os en ezel... Zo doen wat God hun te doen gegeven heeft. Vaak hoeven wij ook maar gewoon te doen wat ons van nature is gegeven. Als wij zijn, wie we zijn, zullen wij God zeker vinden. Ook de os kent de hand van zijn meester en de ezel kent de kribbe van zijn Heer.

God alleen weet hoeveel miljoenen mensen bij de kribbe hebben gebeden en geloofden in de menswording van Jezus. Dat zette hen spontaan aan om te verlangen naar die Heer in de Eucharistie. Wie God echt wil zien in de kerstnacht, wil zich met die God van liefde verenigen. Echt naar de kerststal kijken maakt het hart ont¬vankelijk voor God zelf. En dan pas is het Kerstmis!…