Evangelieprikje 2014

Ik heb het even gecheckt bij mijn leerlingen: er zijn er nog een paar die weten dat er op 2 februari pannenkoeken gegeten worden. Als ik doorvraag waarom dan is het resultaat minder bevredigend, want geen enkele kon verwijzen naar het feest van de opdracht van de Heer, zelfs niet naar Maria Lichtmis. Ik pretendeer niet dat mijn leerlingen representatief zijn voor gans Vlaanderen, misschien hadden ze een slechte dag, wie zal het zeggen? Maar het is algemeen bekend dat de pannenkoeken meer succes en bekendheid genieten dan het verhaal of de gebeurtenis die we die dag vieren. Nochtans is er wel wat te vieren.

Dat Jozef en Maria een eerstgeborene naar de tempel brengen om Hem aan God toe te wijden, is heel gewoon en past in de joodse traditie. Ook het kopen van tortelduiven kunnen we vanuit die hoek verklaren. Het speciale zit hem in hetgeen Simeon en Hanna te vertellen hadden. Twee oude mensen, ze zullen al veel meegemaakt hebben in het leven en het lijkt een beetje alsof het genoeg geweest is. Eén ding was aan Simeon nog beloofd voor hij zou sterven: de Messias te mogen aanschouwen. In de woorden die Hij uitspreekt vat hij het leven dat Jezus te wachten staat mooi samen. Zonder te vragen of ze eerst het slechte of het goede nieuws wilden horen, steekt Simeon eerst van wal met het goede nieuws. Dat goede nieuws is trouwens zeer goed nieuws, voor ons- niet-joden – want Jezus zal voor ons een licht zijn dat straalt voor ons. Het is misschien niet gemakkelijk om in één van de best verlichte landen te beseffen wat de kracht van licht is. Gelukkig heeft de overheid een tijdje geleden beslist dat de lichten eventjes gedoofd worden op de autosnelwegen. Wie dan onderweg is, vooral als het daar ook nog eens bij regent, zal wel weten hoe belangrijk lichten zijn. Het licht hoeft niet groot te zijn, als het te groot is, is het trouwens verblindend. Een klein licht geeft een richting aan, biedt weer hoop en perspectief: allemaal dingen die Jezus ons namens God mag aanbieden. Zijn woord mag voor ons een licht op ons pad worden, zoals een mooi lied ons leert. Natuurlijk gaat het hier om een figuurlijke duisternis. En dan moeten we toch beseffen dat mensen die in de shit zitten vaak de moed niet meer hebben om op te kijken, om te zoeken naar licht. Vaak is men zo terneergeslagen dat men het hoofd niet meer optilt en in een hoekje zit weg te kwijnen. Wij, die ons christen noemen, worden geroepen om dan het licht dat Jezus wil doen stralen te laten schijnen. Dat zal niet betekenen dat de duisternis wijkt, het licht van mede-leven en liefde is krachtig, maar niet verblindend. De duisternis zal blijven, maar we kunnen mensen wel een perspectief bieden.   Ook al weten we soms zelf niet hoe we die God die liefde is kunnen verzoenen met wat mensen overkomt, mogen we in ons gebed en in de Bijbel kracht vinden om te blijven geloven, te durven vertrouwen. Blijven vertrouwen is ook wat Jozef en Maria blijven doen, zelfs nadat het slechte nieuws hun hart doorboorde. Daarom zijn Maria en Jozef voorbeelden voor ons, gelovigen.  

Maria en Jozef zijn geen theologen die dagen kunnen vullen met discussies over God, blijkbaar is dat niet nodig om een voorbeeld van geloof te zijn. Het is voldoende je leven, ja, zelfs het leven van je kind toe te vertrouwen aan God. Dat is een immens moeilijke levenshouding, zeker in een maatschappij die ons alle dagen vertelt dat de enige op wie we kunnen vertrouwen, onszelf is. Jezelf toevertrouwen mag dan misschien bevrijdend werken, het betekent dat je zelf loslaat, je niet alles krampachtig onder controle wil houden. Dat is bijzonder moeilijk, waarmee niet gezegd is dat het onmogelijk is. Maria en Jozef hebben het ons voorgedaan, in hun spoor volgenden o.a. Jezus zelf, maar ook Franciscus van Assisi, pater Damiaan, … Het is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd, maar elk stapje dat we kunnen zetten om te groeien in geloof, in overgave kan helpen. Je overgeven aan God is niet dat je moet gaan vechten met de wapens of onschuldige mensen moet opblazen en al helemaal niet dat je jezelf moet opofferen. Je overgeven aan God is de liefde volop laten stromen in je leven, zo laten stromen dat je er van overloopt. Zo bekeken is het woord “lichtmis” zeer mooi. Mis komt uit het Latijn en wil zending of gezonden worden, zeggen. Wel, op Lichtmis worden wij gezonden om licht te zijn.  Niet dat we opeens de duisternis gaan verdrijven. Neen, er zullen nog altijd vragen zijn en dingen gebeuren, waar we geen raad mee weten. Dat hoeft ook niet, we mogen het in Gods handen leggen. Dat is geen gemakkelijkheidsoplossing: als je het zelf niet meer weet, dan lost God het wel op. Neen, het is geen oplossing, het is meer een zaak van vertrouwen. Het enige wat we kunnen doen in de duisternis is getuigen van Gods liefde die ook over de dood reikt. Dat lost niks op, het is enkel een woord van liefde en hoop dat Jezus ons aanreikt, een sprankel troost. Soms heeft een mens niet meer nodig, of toch wel: iemand die dit wil aanreiken. En ja, dat is niet altijd gemakkelijk, misschien toch maar wat pannenkoeken eten zodat we er weer tegen kunnen.