Kyoto en de gek (1998)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

KYOTO


Afgelopen maand was er een grote conferentie in het Japanse Kyoto. Alle landen waren er om te praten over de opwarming van de aarde, het broeikas-effect en dus over de noodzakelijke vermindering van de uitstoot van schadelijke gassen. Als boeren met kiespijn keerden de bewindslieden huiswaarts. Er was maar een fractie gehaald van waarop Nederland had ingezet. De arme landen vonden het onrecht dat hun verboden werd een fase in de ontwikkeling door te maken die de rijke landen rijk had gemaakt en de Amerikaanse industrie was niet van plan zich de zware Europese eisen te laten opleggen. De ketting was zo sterk als de zwakste schakel en dus gaat de wereld met open ogen klimaatveranderingen tegemoet en iedereen weet dat dit een veelvoud zal kosten van de strengste maatregelen nú, maar niemand kijkt verder dan een jaar of vier.

KERSTMARKT

Ik liep voor de kerst met deze gedachtes in mijn hoofd over de kerstmarkt. De bekende spulletjes, de hebbedingetjes, de sfeermakertjes voor de kerst konden me weinig boeien. De uit de kerk gestolen kerstmelodieën die wat swingender en wulpser waren getoonzet klonken zacht maar stimuleerden evenmin de lust om de uitgestalde prullaria te kopen. Ineens hoorde ik roepen. Met overdreven articulatie en kennelijk welgevallen in de klanken van zijn eigen stem stond op de hoek tussen de kerstbomen een jongeman te oreren. Ik had hem vaker gehoord. Een soort Amos leek hij me. Geen van de omstaanders en passanten liet merken dat hij luisterde. De profeet schalde over de markt dat er een vreselijke ramp zou plaatsvinden en wel heel spoedig. Op vierentwintig december, 's avonds om 11 uur, riep hij uit. Het zou vreselijk zijn. Een geweldige vulkaanuitbarsting zou ons treffen. Niemand reageerde.

AMOS

De ondergangsfantasieën van deze man zijn in elke psychiatrisch handboek te vinden. De meeste mensen beseffen dat wel, en een enkel pilletje per dag zou zijn contact met de realiteit herstellen. En toch. Wiens werkelijkheidsbesef is het meest gestoord? Dat van de politici en hun achterban die met een flauwe glimlach terugkomen van Kyoto en zeggen blij te zijn met dit eerste begin, of dat van deze gestoorde mens die de aarde ziet ondergaan. Wie zit er het meest naast? Intussen had ik een boek over Java-script van bijna negentig gulden in handen gehad, een overhemd van zeventig, mijn blik was gedwaald over van glas gemaakte giraffen en pinguïns en ik had de zoete geur van gebrande pinda's geroken.
De heen en weer lopende massa mensen begon me steeds meer te irriteren en te intrigeren. Wat zochten ze hier? Iets nieuws, iets verrassends? Misschien een oude vriend? Een onverwacht compliment of iets zonder naam... Hoop, toekomst...?

VERDWENEN PROFEET

Ik voelde een enorme behoefte om terug te gaan naar de gestoorde profeet. Ik draaide me om en liep naar de Promenade die verleden jaar opnieuw betegeld is voor een bedrag waarvoor ik twee parochiekerken zou kunnen laten draaien, maar de man was weg. Moe, opgebracht? Naar huis, ergens aan de borrel of de cacao? Ik wist dat hij zich vergiste. 24 December 11 uur, zeker niet. Jehova's hadden me zo vaak het einde aangezegd. In 1968 al. Daarvoor ben ik immuun. Maar de gedachte dat er een einde is, en dat het komt, dat het dichterbij is dan velen denken, dat het je te denken moet geven, dat het je politiek moet bepalen, je gebeden, je koopgedrag. Daar had hij allemaal gelijk in.

VOORNEMEN

Dus maakte ik een goed voornemen voor 1998. Ik probeer om niet zo gauw te denken: "Die is gek". "Dat is gestoord." Ik zal juist naar gekken en gestoorden luisteren en me afvragen: waarom zeggen ze dat? Welke functie heeft het voor ons. Dan komt Amos, en Jeremia en de Doper en Jezus opnieuw aan het woord in mijn leven. Zalig nieuwjaar!

HOI, DOEI, DAG

Lieve kinderen. als ik jou tegenkom op straat dan steken we de hand op en dan roepen we iets. "Hoi" of "Hai". Er zijn zelfs mensen die roepen "Doei". Waarom roepen we dat? We zeggen het niet tegen iedereen. Alleen tegen degenen die we kennen en die we leuk vinden. "Hallo", "Dag". In Israël zeiden de mensen "Sjaloom". Ze zeggen het nog. Dat betekent: "Vrede". In Duitsland zeggen ze "De groeten van God". Toen de mensen meer tijd hadden voor elkaar toen zeiden ze de mooiste dingen als ze elkaar tegenkwamen. De indianen, de eskimo's, ze hadden de prachtigste wensen. Dus met kerstmis maken we ons er niet vanaf met "Ho-ho-ho" maar we zeggen: "Gelukkig nieuwjaar". En sommige mensen weten dat je niet altijd gelukkig kunt zijn. Je kunt ziek worden, er kan iemand doodgaan, er kan van alles gebeuren, en dan moet je ook verder, juist dan heb je kracht nodig, en die zeggen dan "zalig nieuwjaar". Nou dat is wat anders dan "Doei!"